Artikel 126i Wetboek van Strafvordering
Lid 1
In geval van verdenking van een misdrijf als omschreven in artikel 67, eerste lid, kan de officier van justitie in het belang van het onderzoek bevelen dat een opsporingsambtenaar:
goederen afneemt van de verdachte,
gegevens die zijn opgeslagen, worden verwerkt of overgedragen door middel van een geautomatiseerd werk, door tussenkomst van een openbaar telecommunicatienetwerk afneemt van de verdachte, of
diensten verleent aan de verdachte.
Lid 2
De opsporingsambtenaar mag bij de tenuitvoerlegging van het bevel een verdachte niet brengen tot andere strafbare feiten dan waarop diens opzet reeds tevoren was gericht.
Lid 3
Het bevel tot pseudo-koop of -dienstverlening is schriftelijk en vermeldt:
het misdrijf en indien bekend de naam of anders een zo nauwkeurig mogelijke omschrijving van de verdachte;
de feiten of omstandigheden waaruit blijkt dat de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, zijn vervuld;
de aard van de goederen, gegevens of diensten;
de wijze waarop aan het bevel uitvoering wordt gegeven, daaronder begrepen strafbaar gesteld handelen, en
het tijdstip waarop, of de periode waarbinnen aan het bevel uitvoering wordt gegeven.
Lid 4
Onder een opsporingsambtenaar als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan een persoon in de openbare dienst van een vreemde staat, die voldoet aan bij algemene maatregel van bestuur te stellen eisen.
Lid 5
Artikel 126g, zesde tot en met achtste lid, is van overeenkomstige toepassing.
Recente uitspraken
Art. 126i Sv is sinds 2003 in 106 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad, Rb. Rotterdam en Hof Arnhem-Leeuwarden.
- ECLI:NL:HR:2025:819 — 27-05-2025 Hoge Raad
Medeplegen voorbereidingshandelingen m.b.t. verkoop en invoer van cocaïne, art. 10a.1.1 en 10a.1.2 Opiumwet. 1. Is bij de door opsporingsambtenaren verrichte handelingen sprake geweest van pseudo-dienstverlening a.b.i. art. 126i Sv? 2. Kon optreden van opsporingsambtenaren mede… - ECLI:NL:HR:2025:634 — 22-04-2025 Hoge Raad
Vervoeren en aanwezig hebben van cocaïne en MDMA (art. 2.B en 2.C Opiumwet). Pseudokoop verdovende middelen (art. 126i Sv). Verweer strekkende tot bewijsuitsluiting i.v.m. verschillende vormverzuimen in voorbereidend onderzoek (onrechtmatige aanhouding, ontbreken van… - ECLI:NL:HR:2025:226 — 11-02-2025 Hoge Raad
Overdragen van vuurwapen (art. 31.1 WWM) en voorhanden hebben van vuurwapen (art. 26.1 WWM). Vrijspraak in eerste aanleg. Pseudokoop vuurwapen (art. 126i Sv) en beroep op instigatieverbod. Is verdachte gebracht tot het begaan van andere strafbare feiten dan waarop zijn opzet al… - ECLI:NL:HR:2024:770 — 28-05-2024 Hoge Raad
Medeplegen (poging tot) verkopen van hennep, meermalen gepleegd (art. 3.B Opiumwet), medeplegen aanwezig hebben van hennep (art. 3.C Opiumwet) en voortgezette handeling van medeplegen uitvoeren van hennep naar Duitsland (art. 3. A Opiumwet) en medeplegen verkopen van grote… - ECLI:NL:HR:2019:298 — 05-03-2019 Hoge Raad
Poging handgranaten te kopen van een politie-informant, art. 26.1 WWM. Onrechtmatige “pseudo-koop” a.b.i. art. 126i Sv dan wel niet in de wet gereguleerde pseudo-verkoop? 1. Ontbreken van bevel a.b.i. art. 126.3 Sv. 2. Wettelijke grondslag door politie gehanteerde werkwijze?…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.