Artikel 6:2:17 Wetboek van Strafvordering

Lid 1

Beëindiging door de rechter van de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege vindt niet plaats dan nadat de verpleging van overheidswege gedurende minimaal een jaar voorwaardelijk beëindigd is geweest.

Lid 2

Het eerste lid is niet van toepassing indien de rechter bij de beslissing de maatregel van terbeschikkingstelling niet te verlengen met toepassing van artikel 2.3 van de Wet forensische zorg een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:5, aanhef en onderdeel a, van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg, dan wel een rechterlijke machtiging voor opname en verblijf als bedoeld in artikel 24 van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten afgeeft.

Lid 3

Een terbeschikkingstelling vervalt bij het onherroepelijk worden van een rechterlijke uitspraak waarbij dezelfde persoon wederom ter beschikking wordt gesteld.

Recente uitspraken

Art. 6:2:17 Sv is sinds 2026 in 2 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Oost-Brabant en Rb. Zeeland-West-Brabant.

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:3816 — 07-05-2026 Rb. Zeeland-West-Brabant
    De rechtbank verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met 1 (één) jaar.
  • ECLI:NL:RBOBR:2026:1881 — 25-03-2026 Rb. Oost-Brabant
    Poging doodslag en schennispleging. Volledig ontoerekeningsvatbaar. Ontoerekenbaarheid staat niet in de weg aan het aannemen van (voorwaardelijk) opzet. Het heeft verdachte niet ontbroken aan ieder inzicht in de draagwijdte van zijn gedragingen en de gevolgen daarvan. Ontslag…

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.