Artikel 34 Wetboek van Strafvordering

Lid 1

De verdachte kan de officier van justitie verzoeken specifiek omschreven stukken die hij van belang acht voor de beoordeling van de zaak bij de processtukken te voegen. Het verzoek wordt schriftelijk gedaan en is met redenen omkleed.

Lid 2

Met het oog op de onderbouwing van zijn verzoek kan de verdachte de officier van justitie toestemming verzoeken om kennis te nemen van de stukken, bedoeld in het eerste lid.

Lid 3

Indien de officier van justitie in gebreke blijft te beslissen over het voegen van de stukken onderscheidenlijk de kennisneming daarvan, kan hem op verzoek van de verdachte door de rechter-commissaris een termijn worden gesteld binnen welke een beslissing wordt genomen. Alvorens op het verzoek te beslissen, hoort de rechter-commissaris de officier van justitie en de verdachte.

Lid 4

De officier van justitie kan het voegen van de stukken onderscheidenlijk de kennisneming daarvan weigeren indien hij van oordeel is dat de stukken niet als processtukken kunnen worden aangemerkt dan wel indien hij dit onverenigbaar acht met een van de in artikel 187d, eerste lid, vermelde belangen. Hij behoeft daartoe een schriftelijke machtiging, op diens vordering te verlenen door de rechter-commissaris.

Recente uitspraken

Art. 34 Sv is sinds 2009 in 67 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Amsterdam, Rb. Zeeland-West-Brabant en Hoge Raad.

  • ECLI:NL:HR:2026:155 — 03-02-2026 Hoge Raad
    Overdragen van wapen, art. 31.1 55 WWM. Bewijsklacht t.a.v. processen-verbaal van politie waarin delen van verklaringen van getuigen zijn “weggelakt”. Kunnen verklaringen voor bewijs worden gebruikt? HR gaat in op onderling samenhangend systeem voor omgang met en…
  • ECLI:NL:HR:2024:192 — 13-02-2024 Hoge Raad
    Handel in en aanwezig hebben van harddrugs (art. 2.A en 2.C Opiumwet), voorbereiden of bevorderen van Opiumwetdelicten (art. 10a Opiumwet), verhandelen van wapens en/of munitie (art. 9.1 WWM), voorhanden hebben van vuurwapens (art. 26 WWM) en witwassen (art. 420bis.1.b Sr). 1.…
  • ECLI:NL:HR:2023:913 — 13-06-2023 Hoge Raad
    Prejudiciële beslissing HR, art. 553 Sv. 1. Prejudiciële procedure in strafzaken. 2. Beantwoording vragen over o.a. betekenis van (internationale of interstatelijke) vertrouwensbeginsel voor beoordeling van rechtmatigheid en betrouwbaarheid van resultaten die zijn verkregen met…
  • ECLI:NL:HR:2022:900 — 28-06-2022 Hoge Raad
    Liquidatie te IJsselstein. Medeplegen moord (art. 289 Sr) en medeplegen voorhanden hebben vuurwapens en munitie (art. 26.1 WWM). Rechtmatigheid van verkrijging van Ennetcom-data en omgang met deze data in Nederland. 1. Gebruik voor het bewijs van Ennetcom-data: (a)…
  • ECLI:NL:HR:2019:1414 — 24-09-2019 Hoge Raad
    Mishandeling, art. 300.1 Sr. Eigen waarneming van de rechter als bewijsmiddel, art. 339.1 Sv jo. art. 340 Sv. Kan een eigen waarneming van de rechter van een opname van beeld en/of geluid tot het bewijs meewerken, wanneer die waarneming door de rechter buiten het verband van de…

Bekijk alle 67 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.