Artikel 6:1:18 Wetboek van Strafvordering
Lid 1
De proeftijd van een voorwaarde bij een veroordeling waarbij de rechter heeft bepaald dat een door hem opgelegde straf geheel of gedeeltelijk niet zal worden tenuitvoergelegd, begint op de dag dat het vonnis of arrest onherroepelijk is geworden danwel op de dag van de uitspraak indien de rechter dadelijke uitvoerbaarheid beveelt. Indien de veroordeelde en het openbaar ministerie voor de dag dat het vonnis of arrest onherroepelijk is geworden aangeven af te zien van aanwending van een rechtsmiddel, gaat de proeftijd in op de vijftiende dag nadat de uitspraak is gedaan.
Lid 2
De proeftijd van een voorwaarde bij een voorwaardelijke invrijheidstelling gaat in op de dag van de voorwaardelijke invrijheidstelling. De proeftijd is gelijk aan de periode waarover voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend, maar bedraagt ten minste een jaar. Op vordering van het openbaar ministerie kan de rechter de proeftijd met ten hoogste twee jaren verlengen. Indien er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de veroordeelde, bedoeld in artikel 38z, eerste lid, aanhef en onder b en c, van het Wetboek van Strafrecht, wederom een misdrijf zal begaan waarvoor de rechter een maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking kan opleggen of indien dit ter voorkoming van ernstig belastend gedrag jegens slachtoffers of getuigen noodzakelijk is, kan de rechter, op vordering van het openbaar ministerie, de proeftijd telkens met ten hoogste twee jaren verlengen.
Lid 3
De in het eerste en tweede lid bedoelde proeftijden lopen niet gedurende de tijd dat de veroordeelde rechtens zijn vrijheid is ontnomen.
Recente uitspraken
Art. 6:1:18 Sv is sinds 2018 in 20 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Gelderland, Rb. Midden-Nederland en Hof Arnhem-Leeuwarden.
- ECLI:NL:HR:2024:1515 — 12-11-2024 Hoge Raad
OM-cassatie. Medeplegen poging tot diefstal d.m.v. braak, art. 311.1 Sr. Afwijzing vordering tot herroeping van voorwaardelijke invrijheidstelling. Kon hof oordelen dat de als bijzondere voorwaarde aan VI verbonden verplichte klinische opname van verdachte, geheel in aftrek komt… - ECLI:NL:HR:2021:850 — 15-06-2021 Hoge Raad
Cassatie in het belang van de wet. Overgangsrecht m.b.t. proeftijd verbonden aan voorwaardelijke invrijheidsstelling van veroordeelde aan wie gevangenisstraf is opgelegd. Kan proeftijd worden verlengd als onherroepelijke veroordeling tot vrijheidsstraf voor 1-1-2018 is… - ECLI:NL:GHSHE:2024:1410 — 23-04-2024 Hof 's-Hertogenbosch
Diefstal. Poging tot diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels. Verduistering. Het hof overweegt ten overvloede dat het raadzaam is dat de wetgever - ter verduidelijking - artikel 361a Sv wijzigt, zodat… - ECLI:NL:GHARL:2023:5898 — 13-07-2023 Hof Arnhem-Leeuwarden
Het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeelt een 32-jarige man voor doodslag op een 35-jarige vrouw in Eerbeek. Het hof acht de verklaringen van de man over de doodsoorzaak niet aannemelijk. De man heeft het slachtoffer gedurende meerdere dagen structureel fysiek en geestelijk… - ECLI:NL:GHARL:2023:3365 — 21-04-2023 Hof Arnhem-Leeuwarden
Afwijzing van de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling. Legaliteitsbeginsel. Artikel 7 EVRM. Artikel 15c lid 3 (oud) Sr. Artikel 6:1:18 lid 2 Sv. Bijzondere omstandigheden. Vrijheidsbeneming.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.