Artikel 457 Wetboek van Strafvordering

Lid 1

Op aanvraag van de procureur-generaal of van de gewezen verdachte te wiens aanzien een vonnis of arrest onherroepelijk is geworden, kan de Hoge Raad ten voordele van de gewezen verdachte een uitspraak van de rechter in Nederland houdende een veroordeling herzien:

  1. op grond van de omstandigheid dat bij onderscheidene arresten of vonnissen die onherroepelijk zijn geworden of bij verstek zijn gewezen, bewezenverklaringen zijn uitgesproken die niet zijn overeen te brengen;

  2. op grond van een uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens waarin is vastgesteld dat het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden of een protocol bij dit verdrag is geschonden in de procedure die tot de veroordeling of een veroordeling wegens hetzelfde feit heeft geleid of een beslissing van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens die daarmee kan worden gelijkgesteld, indien herziening noodzakelijk is met het oog op rechtsherstel als bedoeld in artikel 41 van dat verdrag;

  3. indien er sprake is van een gegeven dat bij het onderzoek op de terechtzitting aan de rechter niet bekend was en dat op zichzelf of in verband met de vroeger geleverde bewijzen met de uitspraak niet bestaanbaar schijnt, zodanig dat het ernstige vermoeden ontstaat dat indien dit gegeven bekend zou zijn geweest, het onderzoek van de zaak zou hebben geleid, hetzij tot een vrijspraak van de gewezen verdachte, hetzij tot een ontslag van alle rechtsvervolging, hetzij tot de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot de toepassing van een minder zware strafbepaling.

Lid 2

Waar in deze bepaling wordt gesproken van een veroordeling, is hieronder het ontslag van alle rechtsvervolging met oplegging van een vrijheidsbenemende maatregel als bedoeld in artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht begrepen.

Recente uitspraken

Art. 457 Sv is sinds 1931 in 624 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad, Hof Den Haag en Rb. Den Haag.

  • ECLI:NL:HR:2026:1530 — 22-09-2026 Hoge Raad
    Herziening. Zware mishandeling met dood tot gevolg door zijn vriendin meermalen tegen haar hoofd te slaan en te schoppen, art. 302.2 Sr. Motiveringseis van art. 460.2 Sv. Aangevoerd wordt dat hof verkeerde uitleg heeft gegeven aan rapport van patholoog, art. 457.1.c Sv. Ex art.…
  • ECLI:NL:HR:2026:1117 — 30-06-2026 Hoge Raad
    Herziening. Rijden zonder rijbewijs, art. 107.1 WVW 1994. Aangevoerd wordt dat sprake is van persoonsverwisseling, art. 457.1.c Sv. In CAG vermelde gronden geven steun aan stelling waarop aanvraag berust, namelijk dat sprake is geweest van persoonsverwisseling. Dit levert…
  • ECLI:NL:HR:2026:945 — 16-06-2026 Hoge Raad
    Herziening. Poging tot doodslag op ex-vriendin door haar in portiek van haar flat met mes aan te vallen, art. 287 Sr. Aangevoerd wordt dat sprake is van gegeven a.b.i. art. 457.1.c Sv op de grond dat bij aanvraag overgelegde verklaring van A inhoudt dat aanvrager…
  • ECLI:NL:HR:2026:751 — 12-05-2026 Hoge Raad
    Herziening. Beschadigen van gebouw van ministerie door daar zelfgemaakte molotovcocktails tegenaan te gooien, art. 352 Sr. TBS met dwangverpleging opgelegd. Aangevoerd wordt dat hof geen TBS met dwangverpleging zou hebben opgelegd als hof bekend was geweest met de na het…
  • ECLI:NL:HR:2026:652 — 14-04-2026 Hoge Raad
    Herziening. Witwassen van € 10.000, art. 420bis.1.b Sr. Aangevoerd wordt dat hof de aanvraagster zou hebben vrijgesproken als het bekend zou zijn geweest met uitkomsten van financieel onderzoek door politie naar aanvraagster i.h.k.v. andere witwaszaak, art. 457.1.c Sv. Hof is…

Bekijk alle 624 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.