Artikel 226g Wetboek van Strafvordering
Lid 1
De officier van justitie geeft aan de rechter-commissaris kennis van de afspraak die hij voornemens is te maken met een verdachte die bereid is een getuigenverklaring af te leggen in de strafzaak tegen een andere verdachte in ruil voor de toezegging dat bij de vervolging in zijn eigen strafzaak strafvermindering met toepassing van artikel 44a van het Wetboek van Strafrecht zal worden gevorderd. De afspraak heeft uitsluitend betrekking op het afleggen van een getuigenverklaring in het kader van een opsporingsonderzoek naar misdrijven, als omschreven in artikel 67, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering die gepleegd zijn in georganiseerd verband en gezien hun aard of de samenhang met andere door de verdachte begane misdrijven een ernstige inbreuk op de rechtsorde opleveren of naar misdrijven waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld. De afspraak heeft uitsluitend betrekking op strafvermindering als bedoeld in artikel 44a, tweede lid.
Lid 2
De voorgenomen afspraak is op schrift gesteld en bevat een zo nauwkeurig mogelijke omschrijving van:
de misdrijven waarover en zo mogelijk de verdachte tegen wie de getuige, bedoeld in het eerste lid, bereid is een getuigenverklaring af te leggen;
de strafbare feiten waarvoor de getuige in de zaak waarin hij zelf verdachte is, zal worden vervolgd en op welke die toezegging betrekking heeft;
de voorwaarden die aan de getuige, tevens verdachte, worden gesteld en waaraan deze bereid is te voldoen;
de inhoud van de toezegging van de officier van justitie.
Lid 3
Op vordering van de officier van justitie toetst de rechter-commissaris de rechtmatigheid van de in het tweede lid bedoelde afspraak. De officier van justitie verschaft de rechter-commissaris de gegevens die hij voor de beoordeling daarvan behoeft.
Lid 4
Van afspraken die niet worden aangemerkt als een afspraak, bedoeld in het eerste lid, en die voor het onderzoek in de zaak van betekenis kunnen zijn, wordt proces-verbaal opgemaakt. Dit proces-verbaal wordt door de officier van justitie ten spoedigste bij de processtukken gevoegd.
Recente uitspraken
Art. 226g Sv is sinds 2010 in 134 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Amsterdam, Hof Arnhem-Leeuwarden en Rb. Midden-Nederland.
- ECLI:NL:HR:2026:562 — 14-04-2026 Hoge Raad
Herziening. Opzetheling, meermalen gepleegd (art. 416.2 Sr). Aangevoerd wordt dat Rb het OM n-o zou hebben verklaard in vervolging van aanvraagster (zoals hof deed in zaak tegen medeverdachte A) als Rb bekend was geweest met wat is gebleken bij behandeling van die zaak in hoger… - ECLI:NL:HR:2024:2 — 09-01-2024 Hoge Raad
Zaak Vandros. Medeplegen uitlokking van (medeplegen) (poging tot) moord (art. 289 Sr), medeplegen uitlokking van medeplegen doodslag (art. 287 Sr), medeplegen uitlokking van zware mishandeling (art. 302.1 Sr) en deelneming aan criminele organisatie (art. 140.1 Sr) in periode van… - ECLI:NL:HR:2022:1328 — 04-10-2022 Hoge Raad
Woningoverval. Medeplegen diefstal met geweld, art. 312.2.2 Sr. Verweer strekkende tot niet-ontvankelijkheid OM dan wel bewijsuitsluiting. Onrechtmatige toezegging aan medeverdachte A door politie, art. 226g Sv. N.a.v. gewelddadige dood van ex van zoon van slachtoffer… - ECLI:NL:HR:2019:605 — 23-04-2019 Hoge Raad
Liquidatieproces Passage. Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van dertien jaren en zes maanden voor medeplegen van moord. Middelen over o.a. kroongetuigenregeling, art. 226g Sv en art. 44a Sr. HR: art. 81.1 RO, wat betreft het middel over de kroongetuige onder… - ECLI:NL:HR:2019:604 — 23-04-2019 Hoge Raad
Liquidatieproces Passage. Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaren en zes maanden voor vier feiten m.b.t. het voorhanden hebben (art. 26.1 WWM), overdragen (art. 31.1 WWM) en zonder erkenning verhandelen (art. 9.1 WWM) van (vuur)wapens en munitie en van…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.