Artikel 126p Wetboek van Strafvordering

Lid 1

In een geval als bedoeld in artikel 126o, eerste lid, kan de officier van justitie, indien het onderzoek dit dringend vordert, bevelen dat een opsporingsambtenaar als bedoeld in de artikelen 141, onderdelen, b, c en d, en 142, aan het georganiseerd verband deelneemt of medewerking verleent.

Lid 2

De opsporingsambtenaar mag bij de tenuitvoerlegging van het bevel een persoon niet brengen tot andere strafbare feiten dan waarop diens opzet reeds tevoren was gericht.

Lid 3

Het bevel tot infiltratie is schriftelijk en vermeldt:

  1. een omschrijving van het georganiseerd verband;

  2. de feiten of omstandigheden waaruit blijkt dat de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, zijn vervuld;

  3. de wijze waarop aan het bevel uitvoering wordt gegeven, daaronder begrepen strafbaar gesteld handelen, voor zover bij het geven van het bevel te voorzien, en

  4. de geldigheidsduur van het bevel.

Lid 4

Artikel 126h, vierde en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Lid 5

Artikel 126g, zevende en achtste lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat verlenging van een bevel tot infiltratie niet mondeling kan plaatsvinden.

Recente uitspraken

Art. 126p Sv is sinds 2003 in 17 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad, Hof 's-Hertogenbosch en Hof Amsterdam.

  • ECLI:NL:HR:2019:1983 — 17-12-2019 Hoge Raad
    ‘Posbank-zaak’. Medeplegen moord en brandstichting in 2003. ‘Mr. Big’-methode. Stelselmatige undercover inwinning van informatie, art. 126j Sv. HR wijdt algemene beschouwingen aan undercover stelselmatig informatie inwinnen bij verdachte. Ad 1. Vormt art. 126j Sv toereikende…
  • ECLI:NL:HR:2019:1982 — 17-12-2019 Hoge Raad
    Moord te Kaatskeuvel in 2010. ‘Mr.Big’-methode. Stelselmatige undercover inwinning van informatie, art. 126j Sv. HR wijdt algemene beschouwingen aan undercover stelselmatig informatie inwinnen bij verdachte. Verklaringen verdachte afgelegd i.s.m. verklaringsvrijheid ex art. 29.1…
  • ECLI:NL:HR:2006:AU5471 — 28-03-2006 Hoge Raad
    Doodslag zonder lijk. 1. Politie-undercover (A1052) in de cel; verklaringsvrijheid verdachte. 2. Gebruik voor bewijs van verklaringen van als bedreigde getuige aangemerkte A1052. 3. Toekennen status bedreigde getuige en positie zittingsrechter. 4. Bewijs van voorwaardelijk opzet…
  • ECLI:NL:HR:2004:AN9195 — 09-03-2004 Hoge Raad
    1. Beletten van vragen door hof i.c. onbegrijpelijk. 2. Toelaatbaarheid stelselmatig inwinnen van informatie door opsporingsambtenaar incognito terwijl verdachte voorlopig is gehecht. Ad 1. Beletten door hof van vragen van raadsman aan getuige die van belang konden zijn voor de…
  • ECLI:NL:HR:2003:AG2528 — 07-10-2003 Hoge Raad
    7 oktober 2003 Strafkamer nr. 02414/02 EW/SM Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 12 april 2002, nummer 22/002227-01, in de strafzaak tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op…

Bekijk alle 17 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.