titel Vijfde

Artikel 322

Vervallen

Artikel 323

Vervallen

Artikel 324

Vervallen

Artikel 325

Vervallen

Artikel 326

Vervallen

Artikel 327

Vervallen

Artikel 328

Vervallen

Artikel 585

De rechter kan op verlangen van de schuldeiser de tenuitvoerlegging bij lijfsdwang toestaan van:

  1. vonnissen en beschikkingen, voor zover zij een veroordeling tot iets anders dan het betalen van geld inhouden;

  2. vonnissen, beschikkingen en authentieke akten waarbij een uitkering tot levensonderhoud, krachtens Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek verschuldigd, daaronder begrepen het verschuldigde voor verzorging en opvoeding van een minderjarige en voor levensonderhoud en studie van een meerderjarige die de leeftijd van een en twintig jaren niet heeft bereikt, is bevolen of toegezegd, alsmede beschikkingen waarbij een uitkering krachtens artikel 84, tweede lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek door de ene echtgenoot of geregistreerde partner aan de andere verschuldigd, is bevolen, en beschikkingen tot verhaal op grond van de Participatiewet.

Artikel 586

Tenzij de tenuitvoerlegging bij lijfsdwang reeds was toegestaan in het vonnis of de beschikking tot nakoming waarvan dit dwangmiddel strekt, wordt een vordering tot uitvoerbaarverklaring bij lijfsdwang ingesteld bij de voorzieningenrechter van de rechtbank. De vordering wordt ingesteld en behandeld als een kort geding.

Artikel 587

De rechter verklaart een vonnis, beschikking of akte als bedoeld in artikel 585 slechts uitvoerbaar bij lijfsdwang, indien aannemelijk is dat toepassing van een ander dwangmiddel onvoldoende uitkomst zal bieden en het belang van de schuldeiser toepassing daarvan rechtvaardigt.

Artikel 588

Uitvoerbaarheid bij lijfsdwang wordt niet uitgesproken indien de schuldenaar buiten staat is aan de verplichting waarvoor tenuitvoerlegging bij lijfsdwang wordt verlangd, te voldoen.

Artikel 589

Lid 1

De tenuitvoerlegging van de lijfsdwang duurt ter zake van dezelfde verplichting ten hoogste een jaar.

Lid 2

Strekt de verplichting van de schuldenaar tot nalaten, dan bepaalt de rechter de termijn gedurende welke de lijfsdwang kan worden ten uitvoer gelegd. Bij andere verplichtingen kan de rechter een termijn bepalen.

Artikel 589a

Vervallen

Artikel 590

De rechter kan zijn beslissing over de uitvoerbaarheid bij lijfsdwang voor een door hem te bepalen termijn aanhouden.

Artikel 591

Lid 1

Behoudens verlof tot dadelijke tenuitvoerlegging, kan lijfsdwang niet worden ten uitvoer gelegd dan een dag na betekening van het vonnis of de beschikking waarin de uitvoerbaarheid bij lijfsdwang is toegestaan.

Lid 2

Het exploot houdt mede een bevel tot nakoming in.

Artikel 592

Lid 1

De deurwaarder heeft voor de ingijzelingstelling van de schuldenaar toegang tot elke plaats, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van zijn taak nodig is. Artikel 444, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.

Lid 2

De schuldenaar mag niet worden gegijzeld zolang een vrijgeleide duurt, waarvan de tijd moet worden bepaald door de rechter die het heeft gegeven teneinde de schuldenaar voor zich te laten verschijnen.

Artikel 593

De ingijzelingstelling kan op alle dagen en uren plaatsvinden.

Artikel 594

De deurwaarder kan zich door een of twee getuigen doen bijstaan.

Artikel 595

De deurwaarder kan de sterke arm verzoeken bij de aanhouding bijstand te verlenen.

Artikel 596

De gegijzelde schuldenaar wordt overgebracht naar een huis van bewaring.

Artikel 597

Lid 1

De schuldeiser schiet iedere dertig dagen een toereikende som tot onderhoud van de schuldenaar voor, volgens een bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld tarief.

Lid 2

Indien de schuldeiser niet aan het eerste lid voldoet, is de directeur van het huis van bewaring bevoegd de schuldenaar uit de gijzeling te ontslaan.

Artikel 598

Lid 1

Van de ingijzelingstelling en de insluiting in het huis van bewaring maakt de deurwaarder een akte op.

Lid 2

De akte vermeldt:

  1. het vonnis of de beschikking waarin de tenuitvoerlegging bij lijfsdwang is toegestaan;

  2. de datum van de betekening;

  3. de naam, de voornamen en de woonplaats van de schuldeiser;

  4. een door de schuldeiser gekozen woonplaats in de gemeente waarin de schuldenaar is ingesloten;

  5. de voornamen, de naam en het kantooradres van de deurwaarder;

  6. de naam en de woonplaats van de schuldenaar;

  7. plaats en tijdstip van de ingijzelingstelling en, indien daarbij getuigen aanwezig waren, hun namen en woonplaatsen;

  8. het voorschot van onderhoud voor ten minste dertig dagen;

  9. de vermelding dat de schuldenaar een afschrift van de akte heeft ontvangen.

Lid 3

Bij het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner zijn de artikelen 10 en 11, tweede lid, van de Algemene wet op het binnentreden op de akte, bedoeld in het eerste lid, van overeenkomstige toepassing. Is na het binnentreden de schuldenaar niet gegijzeld, dan maakt de deurwaarder, met overeenkomstige toepassing van de artikelen 10 en 11, tweede lid, van de Algemene wet op het binnentreden en van het tweede lid, onder a, b, c, e, f en g, eveneens een akte op.

Artikel 598a

Vervallen

Artikel 598b

Vervallen

Artikel 598c

Vervallen

Artikel 598d

Vervallen

Artikel 598e

Vervallen

Artikel 598f

Vervallen

Artikel 598g

Vervallen

Artikel 598h

Vervallen

Artikel 598i

Vervallen

Artikel 598j

Vervallen

Artikel 598k

Vervallen

Artikel 599

Lid 1

De directeur van het huis van bewaring schrijft de gegevens bedoeld in artikel 598, tweede lid, onder a tot en met h, in in zijn register.

Lid 2

De deurwaarder verstrekt de directeur afschriften van het vonnis of de beschikking waarin de tenuitvoerlegging bij lijfsdwang werd toegestaan en van de akte van insluiting. Deze afschriften worden bij het in het eerste lid bedoelde register gevoegd. Indien de deurwaarder de afschriften niet verstrekt, weigert de directeur de opname van de schuldenaar.

Artikel 600

De schuldenaar wordt uit de gijzeling ontslagen indien:

  1. de schuldeiser daarin schriftelijk toestemt;

  2. de schuldenaar alsnog zijn schuld met de verschenen rente betaalt dan wel zich, in het geval zijn verplichting een andere is dan de betaling van geld, onder het stellen van voldoende waarborg bereid verklaart daaraan te voldoen, een en ander onder betaling van vereffende kosten, de kosten van de gijzeling en de voorgeschoten onderhoudskosten;

  3. de gijzeling een zodanig nadelige invloed op de gezondheid van de schuldenaar heeft dat zijn leven daardoor in gevaar komt;

  4. de schuldenaar buiten staat is te voldoen aan de prestatie waartoe hij verplicht is;

  5. het belang van de schuldeiser voortzetting van de gijzeling niet rechtvaardigt;

  6. toepassing van een ander dwangmiddel alsnog redelijkerwijs voldoende uitkomst kan bieden.

Artikel 601

Vervallen

Artikel 602

Vervallen

Artikel 603

Vervallen

Artikel 604

Vervallen

Artikel 605

Vervallen

Artikel 606

Vervallen

Artikel 607

Vervallen

Artikel 608

Vervallen

Artikel 609

Vervallen

Artikel 610

Vervallen

Artikel 611

Vervallen

Artikel 611a

Lid 1

De rechter kan op vordering van een der partijen de wederpartij veroordelen tot betaling van een geldsom, dwangsom genaamd, voor het geval dat aan de hoofdveroordeling niet wordt voldaan, onverminderd het recht op schadevergoeding indien daartoe gronden zijn. Een dwangsom kan echter niet worden opgelegd in geval van een veroordeling tot betaling van een geldsom.

Lid 2

De dwangsom kan ook voor het eerst in verzet of in hoger beroep worden gevorderd.

Lid 3

De dwangsom kan niet worden verbeurd vóór de betekening van de uitspraak waarbij zij is vastgesteld.

Lid 4

De rechter kan bepalen dat de veroordeelde pas na verloop van een zekere termijn de dwangsom zal kunnen verbeuren.

Artikel 611b

De rechter kan de dwangsom hetzij op een bedrag ineens, hetzij op een bedrag per tijdseenheid of per overtreding vaststellen. In de laatste twee gevallen kan de rechter eveneens een bedrag bepalen waarboven geen dwangsom meer verbeurd wordt.

Artikel 611c

De dwangsom, eenmaal verbeurd, komt ten volle toe aan de partij die de veroordeling heeft verkregen. Deze partij kan de dwangsom ten uitvoer leggen krachtens de titel waarbij zij is vastgesteld.

Artikel 611d

Lid 1

De rechter die een dwangsom heeft opgelegd, kan op vordering van de veroordeelde de dwangsom opheffen, de looptijd ervan opschorten gedurende de door hem te bepalen termijn of de dwangsom verminderen in geval van blijvende of tijdelijke, gehele of gedeeltelijke onmogelijkheid voor de veroordeelde om aan de hoofdveroordeling te voldoen.

Lid 2

Voor zover de dwangsom verbeurd was voordat de onmogelijkheid intrad, kan de rechter haar niet opheffen of verminderen.

Artikel 611e

Lid 1

De dwangsom kan gedurende het faillissement van de veroordeelde niet worden verbeurd.

Lid 2

Dwangsommen die vóór de faillietverklaring verbeurd zijn, worden in het passief van het faillissement niet toegelaten.

Lid 3

Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing in de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, met dien verstande dat dwangsommen tijdens de toepassing van de schuldsaneringsregeling kunnen worden opgelegd en verbeurd ter zake van vorderingen ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling niet werkt.

Artikel 611f

Lid 1

Na overlijden van de veroordeelde wordt een dwangsom die op een bepaald bedrag per tijdseenheid is vastgesteld, niet verder verbeurd, maar de vóór het overlijden verbeurde dwangsommen blijven verschuldigd. De dwangsom wordt door erfgenamen van de veroordeelde pas opnieuw verbeurd nadat de rechter die haar heeft opgelegd, aldus heeft beslist. De rechter kan het bedrag en de voorwaarden ervan wijzigen.

Lid 2

Andere dwangsommen kunnen, op vordering van de erfgenamen, door de rechter die ze heeft opgelegd, worden opgeheven of verminderd, hetzij blijvend hetzij tijdelijk, en, in voorkomend geval, met ingang van de dag waarop de veroordeelde overleden is.

Artikel 611g

Lid 1

Een dwangsom verjaart door verloop van zes maanden na de dag waarop zij verbeurd is.

Lid 2

De verjaring wordt geschorst door faillissement, toepassing van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen en ieder ander wettelijk beletsel voor tenuitvoerlegging van de dwangsom.

Lid 3

De verjaring wordt ook geschorst zolang degene die de veroordeling verkreeg met het verbeuren van de dwangsom redelijkerwijze niet bekend kon zijn.

Artikel 611h

Voor de bepaling van de rechterlijke bevoegdheid en de vatbaarheid voor hoger beroep wordt geen rekening gehouden met de dwangsom.

Artikel 611i

Onder rechter in deze afdeling worden mede arbiters begrepen.

Artikel 771

Lid 1

Indien rekening en verantwoording moet worden gedaan aan belanghebbenden die allen of voor een deel onbekend of afwezig zijn, dagvaardt de rekenplichtige hen allen tot het opnemen en goedkeuren van de rekening op de wijze als vermeld in artikel 54, tweede lid.

Lid 2

De bekende belanghebbenden worden bovendien gedagvaard op de wijze als voor ieder van hen is bepaald in de zesde afdeling van de eerste titel van het Eerste Boek.

Lid 3

De termijn van dagvaarding is ten minste drie maanden.

Artikel 772

De rekenplichtige deponeert de rekening met de daarbij behorende bescheiden ter griffie, waar deze ter inzage van de belanghebbenden ligt. De rekenplichtige vermeldt dit depot in het exploot van dagvaarding.

Artikel 773

Artikel 140, eerste en derde lid, is van toepassing, met dien verstande dat de rechter, indien tegen een of meer gedaagden verstek is verleend, ambtshalve de rechtmatigheid en de gegrondheid van de vordering onderzoekt.

Artikel 774

Lid 1

Wordt tegen alle belanghebbenden verstek verleend, dan onderzoekt de rechter ambtshalve de rechtmatigheid en de gegrondheid van de vordering. Indien dit onderzoek niet leidt tot afwijzing van de vordering, stelt de rechter het saldo aan de hand van de overgelegde bescheiden vast en sluit hij de rekening. Tegen dit vonnis staat geen verzet open.

Lid 2

De rechter geeft zodanige beslissing over de kosten van het geding als hij geraden acht. Een gedaagde tegen wie verstek is verleend, wordt niet verwezen in de kosten.

Artikel 775

De rekenplichtige kan zich van het onder hem berustende saldo bevrijden door storting in de consignatiekas. Deze storting kan ook op vordering van belanghebbenden worden bevolen.

Artikel 776

Wordt tussen de belanghebbenden over de verdeling van een batig saldo geen overeenstemming bereikt, dan kan de meest gerede partij rangregeling overeenkomstig de voorschriften van de derde afdeling van de tweede titel van het Tweede Boek verzoeken.

Artikel 777

Vervallen

Artikel 778

Vervallen

Artikel 779

Vervallen

Artikel 780

Vervallen

Artikel 781

Vervallen

Artikel 782

Vervallen

Artikel 783

Vervallen

Artikel 784

Vervallen

Artikel 785

Vervallen

Artikel 786

Vervallen

Artikel 787

Vervallen

Artikel 788

Vervallen

Artikel 789

Vervallen

Artikel 790

Vervallen

Artikel 791

Vervallen

Artikel 792

Vervallen

Artikel 793

Vervallen

Artikel 794

Vervallen

Artikel 795

Vervallen

Artikel 796

Vervallen

Artikel 797

Vervallen

Artikel 797a

Vervallen

Artikel 797b

Vervallen

Artikel 797c

Vervallen

Artikel 797d

Vervallen

Artikel 797e

Vervallen

Artikel 797f

Vervallen