Artikel 505 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Lid 1
Het proces-verbaal van inbeslagneming zal in de in afdeling 2 van titel 1 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde openbare registers worden ingeschreven. Een afschrift van het proces-verbaal zal op straffe van nietigheid van het beslag niet later dan drie dagen na de inschrijving aan de geëxecuteerde worden betekend.
Lid 2
Een vervreemding, bezwaring, onderbewindstelling, verhuring of verpachting, tot stand gekomen na de inschrijving van het proces-verbaal, kan niet tegen de beslaglegger worden ingeroepen. Dit geldt niet voor verhuur van woonruimte waarop de artikelen 271 tot en met 277 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing zijn, tenzij de verhuring plaatsvond na de bekendmaking bedoeld in artikel 516 of huurder wist dat de beslaglegger door de verhuring in zijn verhaalsmogelijkheden zou worden benadeeld.
Lid 3
Indien de akte betreffende de vervreemding of bezwaring vóór de inschrijving van het beslag reeds was verleden, kan de vervreemding of bezwaring nog tegen de beslaglegger worden ingeroepen, mits de inschrijving van deze akte uiterlijk geschiedt de eerste dag, waarop het kantoor van de Dienst voor het kadaster en de openbare registers na de dag van de inschrijving van het beslag voor het publiek opengesteld is.
Recente uitspraken
Art. 505 Rv is sinds 1988 in 42 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad, Rb. Rotterdam en Hof Amsterdam.
- ECLI:NL:HR:2019:1591 — 15-10-2019 Hoge Raad
OM-cassatie. Beklag, (door RC afgewezen vordering tot machtiging van OvJ tot leggen van) beslag ex art. 94a Sv onder klager op niet nader omschreven voorwerpen t.z.v. ontneming w.v.v. Moet vordering tot machtiging van OvJ concrete voorwerpen noemen waarop beslag betrekking… - ECLI:NL:HR:2016:2640 — 18-11-2016 Hoge Raad
Beslagrecht, goederenrecht, derdenbescherming (art. 3:36 BW). Doorhaling hypotheekrecht in registers; rechtsgeldige afstand van hypotheekrecht? Wordt beslaglegger beschermd tegen gewekte schijn van afstand? Nadeelvereiste? Reikwijdte van de bescherming van art. 3:36 BW; aard van… - ECLI:NL:HR:2015:3299 — 13-11-2015 Hoge Raad
Internationaal privaatrecht, rechtspersonenrecht. Procesrecht, executie- en beslagrecht. Overdracht van goederen in weerwil van beslag, gevolgd door einde bestaan van beslagen rechtspersoon. Gevolgen overdracht. Tegen wie moet eis in hoofdzaak worden ingesteld c.q. vervolgd?… - ECLI:NL:HR:2010:BK5999 — 19-02-2010 Hoge Raad
Verbintenissenrecht, beslag. Lossingsrecht ex art. 3:269 BW is niet van overeenkomstige toepassing in geval van executoriale verkoop van onroerende zaken als geregeld in art. 514-529 Rv. - ECLI:NL:HR:2008:BG1816 — 19-12-2008 Hoge Raad
Invordering; executoriaal beslag van ontvanger op onroerende zaken die in eigendom toebehoren van belastingschuldige en zijn echtgenote tezamen; beslag op aandeel van deelgenoot, uitwerking van HR 30 maart 2001, nr. C99/184, NJ 2002, 380.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.