Artikel 507b Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Lid 1
Een beslag gelegd op een onroerende zaak nadat de koop van de zaak is ingeschreven in de openbare registers, bedoeld in afdeling 2 van titel 1 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, op de wijze die is voorgeschreven in artikel 3 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, rust na de levering van de zaak op het deel van de koopprijs dat de notaris ten behoeve van de verkoper onder zich houdt, op voorwaarde dat de levering heeft plaatsgevonden binnen de termijn genoemd in lid 4 van artikel 3 van Boek 7.
Lid 2
De artikelen 475i, eerste lid, 476–478 zijn van overeenkomstige toepassing.
Recente uitspraken
Art. 507b Rv is sinds 2017 in 7 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Noord-Holland, Hof Amsterdam en Hof 's-Hertogenbosch.
- ECLI:NL:GHAMS:2023:1068 — 23-05-2023 Hof Amsterdam
Klacht tegen een notaris. Verkoop en levering twee percelen aan een projectontwikkelaar, maar klaagster stelt een ouder recht op levering te hebben. Had de notaris zijn medewerking moeten weigeren? Novitaris-maatstaf, ECLI:NL:GHAMS:2018:166. Klacht deels ongegrond, deels… - ECLI:NL:GHSHE:2022:1659 — 24-05-2022 Hof 's-Hertogenbosch
Vorderingen in het incident ex artt. 351 en 235 afgewezen. Bij die vorderingen bestaat geen belang meer omdat de executie al is voltooid. - ECLI:NL:RBNHO:2026:6213 — 13-05-2026 Rb. Noord-Holland
Geldvordering. Cessie door erven. Geen verjaring in verband met artikel 3:323 lid 3 BW (termijn van 20 jaar vanwege hypotheekrecht). Geen strijd met fiduciaverbod. Beroep op artikel 1:88 en 1:89 BW niet gedaan door echtgenote. - ECLI:NL:RBDHA:2025:10173 — 11-06-2025 Rb. Den Haag
Kredietovereenkomst. Verjaring en stuiting. Verjaring gestuit door erkenning die besloten ligt in het aangaan van betalingsregelingen en het doen van betalingen ter uitvoering daarvan. Voorstel schuldhulpverlener. Geen overeenstemming tot stand gekomen over het verlenen van… - ECLI:NL:RBNHO:2022:12128 — 07-12-2022 Rb. Noord-Holland
Beroep op leerstuk van 'vereenzelviging'. Voor toepassing van het (strikte) leerstuk van vereenzelviging zijn onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld. Niet gebleken dat sprake is van misbruik van een identiteit verschil.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.