Artikel 279 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Lid 1

De rechter bepaalt, tenzij hij zich aanstonds onbevoegd verklaart of het verzoek toewijst, onverwijld dag en uur waarop de behandeling aanvangt. Hij beveelt tevens oproeping van de verzoeker en voor zover nodig van de in het verzoekschrift genoemde belanghebbenden. Bovendien kan hij te allen tijde belanghebbenden, bekende of onbekende, doen oproepen.

Lid 2

De oproepingen, behalve die van de verzoeker, gaan vergezeld van een afschrift van het verzoekschrift, tenzij een oproeping op andere wijze dan bij brief of exploot geschiedt, of de rechter anders bepaalt; in deze gevallen bevat de oproeping een korte omschrijving van het verzoek.

Lid 3

De opgeroepene verschijnt ter terechtzitting in persoon of bij een gemachtigde. In zaken waarin het verzoekschrift door een advocaat moet worden ingediend, verschijnt de opgeroepene in persoon of bij advocaat. De rechter kan verschijning in persoon bevelen. De opgeroepene die in persoon verschijnt, mag zich laten bijstaan door zijn raadsman. In zaken waarin het verzoekschrift door een advocaat moet worden ingediend, is de raadsman een advocaat.

Lid 4

Van het verhandelde en van de zakelijke inhoud van de afgelegde verklaringen wordt een proces-verbaal opgemaakt, dat door de rechter voor wie de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden, wordt ondertekend.

Lid 5

Indien de behandeling van een zaak wordt aangehouden, blijft een hernieuwde oproeping van diegenen, aan wie de dag en het uur reeds mondeling ter terechtzitting waren medegedeeld, achterwege.

Lid 6

De artikelen 87 tot en met 90 zijn van overeenkomstige toepassing, tenzij de aard van de zaak of de procedure zich hiertegen verzet.

Recente uitspraken

Art. 279 Rv is sinds 2001 in 121 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad, Hof Amsterdam en Hof Arnhem-Leeuwarden.

  • ECLI:NL:HR:2026:845 — 05-06-2026 Hoge Raad
    Personen- en familierecht. Art. 1:253a BW. Verhuiszaak. Uitzondering op tweeconclusieregel? Verzet goede procesorde zich ertegen dat stukken die later dan tien dagen voor zitting zijn ingebracht, buiten beschouwing worden gelaten (art. 87 lid 6 Rv in verbinding met art. 279 lid…
  • ECLI:NL:HR:2025:902 — 13-06-2025 Hoge Raad
    Procesrecht. Beschermingsbewind en mentorschap. Hybride zitting. Deelname door deel belanghebbenden, waaronder degene op wie verzochte maatregelen betrekking hebben, via videoverbinding. Bezwaar daartegen; motiveringsplicht.
  • ECLI:NL:HR:2023:840 — 02-06-2023 Hoge Raad
    Arbitrage. Procesrecht. Art. 1064a Rv. Art. 1066 Rv. Art. 208 lid 1 Rv. Art. 87 lid 8 Rv. Kan in vernietigingsprocedure incidentele vordering tot schorsing van tenuitvoerlegging van arbitrale vonnis worden ingesteld? Belang bij schorsing van tenuitvoerlegging indien…
  • ECLI:NL:HR:2022:824 — 03-06-2022 Hoge Raad
    Art. 392 Rv. Prejudiciële vragen over regels in procesregelementen van de hoven over maximale omvang van processtukken in hoger beroep. Is de rechter bevoegd om deze beperkingen te stellen en mag zo’n beperking in procesreglement worden gesteld? Mag in procesreglement worden…
  • ECLI:NL:HR:2021:1967 — 24-12-2021 Hoge Raad
    Procesrecht. Vervoerrecht. Incidenteel verzoek tot tussenkomst of voeging (art. 217 Rv) of om als belanghebbende te worden toegelaten in cassatiegeding over beperking aansprakelijkheid en vormen van fonds. Toepasselijkheid art. 7 lid 4 Fondsverdrag 1992 of commuun burgerlijk…

Bekijk alle 121 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.