Artikel 278 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Lid 1

Het verzoekschrift vermeldt de voornamen, naam en woonplaats of, bij gebreke van een woonplaats in Nederland, het werkelijk verblijf van de verzoeker, alsmede een duidelijke omschrijving van het verzoek en de gronden waarop het berust. In zaken betreffende een nalatenschap vermeldt het verzoekschrift tevens de laatste woonplaats van de overledene of de reden waarom deze vermelding niet mogelijk is. De artikelen 111, derde lid, en 120, vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing, tenzij de aard van de zaak of de procedure zich hiertegen verzet.

Lid 2

Het verzoekschrift wordt ondertekend en ter griffie ingediend. Indien de voorzieningenrechter daarop moet beschikken, kan het aan deze ter hand worden gesteld.

Lid 3

Tenzij indiening bij de kantonrechter plaatsvindt of ingevolge bijzondere wettelijke bepaling niet door een advocaat behoeft te geschieden, wordt het verzoekschrift ondertekend door een advocaat. Het kantoor van die advocaat geldt als gekozen woonplaats van de verzoeker.

Lid 4

De griffier tekent de dag van indiening of de dag van terhandstelling aan de voorzieningenrechter op het verzoekschrift aan.

Recente uitspraken

Art. 278 Rv is sinds 2000 in 238 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Arnhem-Leeuwarden, Hof 's-Hertogenbosch en Hof Amsterdam.

  • ECLI:NL:HR:2025:1011 — 27-06-2025 Hoge Raad
    Personen- en familierecht. Gezag. Procesrecht. Verzoek ouder tot belasting met gezag (art. 1:274 lid 2 BW) over minderjarige die onder voogdij gecertificeerde instelling (GI) staat. Geldt vrijstelling verplichte procesvertegenwoordiging voor GI in art. 1:283 BW ook voor…
  • ECLI:NL:HR:2023:997 — 30-06-2023 Hoge Raad
    Procesrecht. Verzuim beroepschrift achter V1-formulier te voegen. Herstel gebrekkige indiening? Apparaatsfout door niet waarschuwen? Art. 278 Rv.
  • ECLI:NL:HR:2021:1003 — 25-06-2021 Hoge Raad
    Jeugdrecht. Geschillenregeling. Vervallenverklaring schriftelijke aanwijzing. Gedeeltelijke gezagsoverheveling. Doorbreking en reikwijdte rechtsmiddelenverbod. Art. 1:262b, 1:263, 1:264, 1:265e BW, art. 807 Rv.
  • ECLI:NL:HR:2020:2100 — 18-12-2020 Hoge Raad
    Insolventierecht, procesrecht. Schorsing van geding wegens faillietverklaring (art. 29 Fw). Is art. 29 Fw van toepassing indien voor de dag van de faillietverklaring reeds uitspraak in eerste aanleg is gedaan, maar het hoger beroep tegen die uitspraak pas na de…
  • ECLI:NL:HR:2018:773 — 25-05-2018 Hoge Raad
    Procesrecht, beslagrecht. Conservatoir beslag. Art. 700 lid 3 Rv; eis in hoofdzaak tijdig ingesteld? Beoordeling tijdstip aanhangigheid buitenlandse procedure aan de hand van het desbetreffende buitenlandse recht. Bekendheid beslagdebiteur met aanhangigheid vereist?

Bekijk alle 238 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.