Artikel 642e Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Lid 1
Indien na toewijzing van een op artikel 750 of artikel 751 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek geen der schuldeisers binnen de in artikel 642g genoemde termijn betwist heeft, dat de schuldenaar zijn aansprakelijkheid kan beperken, dan wel omtrent een zodanige betwisting onherroepelijk afwijzend is beslist en een fonds is gesteld ten aanzien waarvan de rechtbank een verklaring als bedoeld in het zesde lid van artikel 642c heeft afgegeven en dat werkelijk ten bate van de schuldeiser beschikbaar is alsmede de schuldeiser zijn vordering op het fonds in rechte geldend kan maken, kan de rechter op verzoek van hem te wiens behoeve het fonds is gesteld de opheffing van beslagen die ter zake van de vorderingen waarvoor het fonds is gesteld, zijn gelegd, dan wel de teruggave van te dier zake gegeven zekerheid bevelen.
Lid 2
Indien aan de in het eerste lid gestelde vereisten is voldaan, zal de rechter op een verzoek als in het eerste lid bedoeld een bevel als in dat lid bedoeld geven, wanneer het fonds is gesteld
in de haven waar het ongeval waaruit aansprakelijkheid is voortgevloeid, plaats vond, of wanneer dit ongeval niet in een haven plaats vond, in de eerste haven welke het schip daarna aanliep, of
in de haven van ontscheping van de betrokken persoon, indien de schade is voortgevloeid uit dood of letsel van personen, of
met betrekking tot beschadigde lading in de haven van lossing, of
in de Staat waarin het beslag is gelegd.
Lid 3
Het eerste of tweede lid van dit artikel vindt slechts toepassing indien het fonds aan de schuldeiser, wat zijn vordering betreft, vrij kan worden overgemaakt.
Lid 4
Indien ten aanzien van een op artikel 1060 of artikel 1061 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek aan de in het eerste lid gestelde vereisten is voldaan, geeft de rechtbank op een verzoek als in het eerste lid bedoeld een bevel als in dat lid bedoeld.
Recente uitspraken
Art. 642e Rv is sinds 2008 in 7 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Rotterdam.
- ECLI:NL:RBROT:2024:12919 — 11-12-2024 Rb. Rotterdam
Verzoek van de eigenaar van een trekpont tot beperking van haar aansprakelijkheid ter zake van personenschade op grond van artikel 8:1060 e.v. BW, alsmede een aanhaakverzoek van de verzekeraar van verzoeker. Belanghebbenden hebben verweer gevoerd. De rechtbank heeft geoordeeld… - ECLI:NL:RBROT:2023:9936 — 25-10-2023 Rb. Rotterdam
“Bow Jubail” - beperkingsverzoek op grond van het CLC en de Waot – verzoek strekt tot beperking van aansprakelijkheid tot het beperkingsbedrag zonder wettelijke rente daarover – verweer belanghebbenden – de vraag of wettelijke rente over het CLC-fonds is verschuldigd beantwoordt… - ECLI:NL:RBROT:2022:2832 — 13-04-2022 Rb. Rotterdam
Rolbeslissing. Verwijzing naar de parkeerrol op verzoek van tussenkomende partij in afwachting van uitspraak van de Hoge Raad over het toepasselijke regiem in een beperkingsprocedure omdat te verwachten valt dat deze procedure wordt geschorst. - ECLI:NL:RBROT:2022:2053 — 16-03-2022 Rb. Rotterdam
Rolbeslissing. Verwijzing naar de parkeerrol op verzoek van tussenkomende partij in afwachting van uitspraak van de Hoge Raad over het toepasselijke regiem in een beperkingsprocedure omdat te verwachten valt dat deze procedure wordt geschorst. - ECLI:NL:RBROT:2019:8273 — 23-10-2019 Rb. Rotterdam
Rechtspleging inzake beperking van aansprakelijkheid van scheepseigenaren. Schorsing op de voet van art. 642f Rv.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.