Artikel 1056 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

In de gevallen waarin de gewone rechter een dwangsom kan opleggen, is een scheidsgerecht daartoe eveneens bevoegd. Onverminderd de toepasselijkheid van de artikelen 611a tot en met 611h dient in de gevallen, bedoeld in artikel 611d, om de opheffing, de opschorting of de vermindering van de dwangsom bij het scheidsgerecht te worden verzocht, en indien de opdracht van het scheidsgerecht niet voortduurt, te worden verzocht aan de voorzieningenrechter van de rechtbank van het arrondissement waarin de plaats van de arbitrage is gelegen.

Recente uitspraken

Art. 1056 Rv is sinds 2006 in 5 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Amsterdam, Hof Den Haag en Rb. Dordrecht.

  • ECLI:NL:GHDHA:2020:234 — 18-02-2020 Hof Den Haag
    Vernietiging arbitraal vonnis; art. 1065 lid 1 (oud) Rv.; nieuw argument voor bevoegdheid scheidsgerecht; Energy Charter Treaty (ECT); art. 1 lid 6 en 7 ECT; artt. 21 en 45 ECT; artt. 31 en 32 Weens Verdragenverdrag
  • ECLI:NL:RBAMS:2024:5241 — 15-08-2024 Rb. Amsterdam
    Kort geding. Verstek. Dwangsommengeschil ogv art 611d Rv.
  • ECLI:NL:RBAMS:2024:5240 — 15-08-2024 Rb. Amsterdam
    Kort geding. Verstek. Dwangsommengeschil ogv art 611d Rv.
  • ECLI:NL:RBAMS:2017:282 — 12-01-2017 Rb. Amsterdam
    Meewerken aan closing.
  • ECLI:NL:RBDOR:2006:AX1110 — 13-04-2006 Rb. Dordrecht
    Voorzieningenrechter onbevoegd. De gevorderde voorzieningen spruiten voort uit de aannemingsovereenkomst met arbitraal beding. Sprake van geschillen zoals bedoeld in dat beding.

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.