Artikel 262 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Tenzij de wet anders bepaalt, is bevoegd:
de rechter van de woonplaats van hetzij de verzoeker of één van de verzoekers, hetzij één van de in het verzoekschrift genoemde belanghebbenden dan wel, als zodanige woonplaats in Nederland niet bekend is, de rechter van het werkelijk verblijf van één van hen;
indien het verzoek betrekking heeft op een bij dagvaarding ingeleid of in te leiden geding, de rechter die bevoegd is van dat geding kennis te nemen, tenzij het verzoek niet behoort tot diens absolute bevoegdheid.
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 262 Rv is sinds 2009 in 194 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Rotterdam, Rb. Den Haag en Rb. Amsterdam.
- ECLI:NL:OGHACMB:2023:34 — 21-03-2023 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van A
Curaçao. Hoger beroep van een verstekvonnis in kort geding. Verkeerde rechtsmiddel. Geen conversie. - ECLI:NL:OGHACMB:2021:115 — 04-05-2021 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van A
Geen hoger beroep mogelijk tegen verstekvonnis waarbij terecht verstek is verleend. Evenmin conversie naar verzet. In casu geen uitzondering op de hoofdregel dat niet-ontvankelijkheid principaal appel de niet-ontvankelijkheid in incident appel meebrengt. formele relatie:… - ECLI:NL:GHAMS:2022:2878 — 11-10-2022 Hof Amsterdam
Ontslag op staande voet vanwege het herhaaldelijk onbevoegd inkijken van rekeninggegevens van derden door een bankmedewerker is, anders dan door de kantonrechter werd overwogen, onverwijld gegeven en vormt wel een geldige subjectieve dringende reden. Dat op basis van algoritmen… - ECLI:NL:GHARL:2022:3871 — 17-05-2022 Hof Arnhem-Leeuwarden
Het OM heeft verzocht om motorclub Caloh Wagoh verboden te verklaren en te ontbinden. De reden daarvan is dat volgens het OM de werkzaamheid van deze club in strijd is met de openbare orde. De rechtbank heeft het verzoek van het OM toegewezen (rechtbank Midden-Nederland 19 april… - ECLI:NL:GHAMS:2021:3919 — 07-12-2021 Hof Amsterdam
Heeft een erfgenaam/belanghebbende in de procedure tot opheffing van de vereffening recht op stukken? Artt. 4:209 BW, 279 lid 2 Rv, 290 Rv.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.