Artikel 108 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Lid 1

Hebben partijen bij overeenkomst een rechter aangewezen voor de kennisneming van geschillen die zijn ontstaan of zullen ontstaan naar aanleiding van een bepaalde rechtsbetrekking die tot hun vrije bepaling staat, dan is die rechter bij uitsluiting bevoegd van de zaak kennis te nemen, voorzover niet uit de overeenkomst anders voortvloeit.

Lid 2

Beloopt de vordering evenwel ten hoogste € 25.000 of betreft het een individuele arbeidsovereenkomst dan wel een zaak als bedoeld in artikel 101 of artikel 103, tweede zin, dan heeft een overeenkomst als bedoeld in het eerste lid geen gevolg, tenzij:

  1. zij is aangegaan na het ontstaan van het geschil, of

  2. de werknemer, de partij die niet handelt in de uitoefening van beroep of bedrijf dan wel de huurder zich tot de aangewezen rechter wendt.

Lid 3

Een overeenkomst tot aanwijzing van een bevoegde rechter wordt bewezen door een geschrift. Daarvoor is voldoende een geschrift dat een dergelijk beding bevat of dat verwijst naar algemene voorwaarden die een dergelijk beding bevatten, mits dat geschrift door of namens de wederpartij uitdrukkelijk of stilzwijgend is aanvaard.

Lid 4

Een overeenkomst tot aanwijzing van een bevoegde rechter dient als een afzonderlijke overeenkomst te worden beschouwd en beoordeeld. De aangewezen rechter is bevoegd te oordelen over de rechtsgeldigheid van de hoofdovereenkomst waarvan een overeenkomst tot aanwijzing van een bevoegde rechter deel uitmaakt of waarop zij betrekking heeft.

Recente uitspraken

Art. 108 Rv is sinds 2006 in 232 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Rotterdam, Rb. Amsterdam en Rb. Limburg.

  • ECLI:NL:OGHACMB:2025:95 — 01-04-2025 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van A
    Burengeschil. Verwijdering bomen. Mandeligheid scheidsmuur. Twee bomen staan binnen twee meter van erfgrens. Dat is in strijd met art. 5:42 BWA. Geen door verjaring ontstane erfdienstbaarheid, geen bijzondere omstandigheden, geen misbruik van bevoegdheid en geen…
  • ECLI:NL:OGHACMB:2025:90 — 01-04-2025 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van A
    Art. 3:14 BWA. Erfpachtovereenkomst. Vertrouwensbeginsel. Een overeenkomst tot uitgifte in erfpacht van een perceel tussen A en het Land is niet tot stand gekomen. Alle daarvoor vereiste stappen waren nog niet doorlopen. Het Land mag niet handelen in strijd met het…
  • ECLI:NL:GHDHA:2022:1079 — 28-06-2022 Hof Den Haag
    forumkeuzebeding, ambtshalve toetsing van bevoegdheid, artikel 108 lid 2 Rv.
  • ECLI:NL:GHSHE:2022:1244 — 19-04-2022 Hof 's-Hertogenbosch
    : Onbevoegdheid Nederlandse rechter.
  • ECLI:NL:GHARL:2021:7151 — 27-07-2021 Hof Arnhem-Leeuwarden
    Uitleg commissie-afspraken binnen dienstbetrekking.

Bekijk alle 232 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.