Artikel 242 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Lid 1

De rechter kan bedragen die geacht kunnen worden te zijn bedongen ter vergoeding van proceskosten of van buitengerechtelijke kosten als bedoeld in artikel 96, tweede lid, onder b en c, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek ambtshalve matigen, doch niet tot onder het bedrag van de krachtens de wet te begroten proceskosten respectievelijk het bedrag van de buitengerechtelijke kosten die, gelet op de tarieven volgens welke zodanige kosten aan de opdrachtgevers gewoonlijk in rekening worden gebracht, jegens de wederpartij redelijk zijn.

Lid 2

Het eerste lid is niet van toepassing ter zake van kosten als bedoeld in artikel 96, vijfde lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek en geldt niet voor overeenkomsten die strekken tot regeling van een reeds gerezen geschil.

Recente uitspraken

Art. 242 Rv is sinds 2004 in 459 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Noord-Holland, Rb. Rotterdam en Rb. Zeeland-West-Brabant.

  • ECLI:NL:HR:2025:1081 — 04-07-2025 Hoge Raad
    Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Consumentenrecht. Richtlijn oneerlijke bedingen. Is proceskostenbeding oneerlijk? Zo ja, kan consument na vernietiging van proceskostenbeding worden veroordeeld in proceskosten met toepassing van art. 237 Rv? Hoge Raad stelt over dat laatste…
  • ECLI:NL:HR:2025:820 — 23-05-2025 Hoge Raad
    Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Consumentenrecht. Richtlijn oneerlijke bedingen. Is proceskostenbeding oneerlijk? Zo ja, kan consument na vernietiging van het proceskostenbeding worden veroordeeld in proceskosten met toepassing van art. 237 Rv? Hoge Raad heeft voornemen over…
  • ECLI:NL:HR:2019:1043 — 28-06-2019 Hoge Raad
    Intellectueel eigendomsrecht. Merkenrecht. Vormmerk van sta-zakje voor vruchtensap. Vormmerk nietig op de grond dat alle wezenlijke kenmerken van de vorm noodzakelijk zijn om een technische uitkomst te verkrijgen (art. 2.1 (oud) BVIE)? Slaafse nabootsing: heeft concurrent met…
  • ECLI:NL:HR:2018:424 — 23-03-2018 Hoge Raad
    Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Faillissementsrecht. Invloed faillissement op wederkerige overeenkomsten, art. 37-40 Fw. Fixatiebeginsel, art. 24 Fw. Mogelijkheid tot verificatie van vorderingen uit overeenkomst of andere rechtsverhouding die na ingaan van het faillissement…
  • ECLI:NL:HR:2016:2704 — 25-11-2016 Hoge Raad
    Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten, veertiendagenbrief (art. 6:96 lid 6 BW). Aanvang veertiendagentermijn. Stelplicht en bewijslast. Gevolgen van onjuiste vermelding van de termijn. Rol van de rechter; verstek en tegenspraak.…

Bekijk alle 459 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.