Artikel 229 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
De rechter bepaalt de dag waarop hij uitspraak zal doen en deelt deze dag aan de eiser en aan de in het geding verschenen gedaagde mede. Op verlangen van de in het geding verschenen partijen stelt de rechter de uitspraak uit.
Recente uitspraken
Art. 229 Rv is sinds 2001 in 13 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad, Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarte en Hof Arnhem-Leeuwarden.
- ECLI:NL:HR:2010:BM2337 — 09-07-2010 Hoge Raad
Cassatie. procesrecht; verweer in cassatie dat bij het beroep geen belang bestaat, is een ver-weer ten principale (HR 6 januari 2006, NJ 2007, 35); dit verweer leidt, indien het slaagt, niet tot niet-ontvankelijkheid van het beroep maar tot verwerping daarvan; Hoge Raad komt in… - ECLI:NL:HR:2008:BF0462 — 14-11-2008 Hoge Raad
Overeenkomstenrecht; overeenkomst tot wederinkoop van een schilderij of last tot verkoop aan een gemeenschap gevolgd door ‘selbsteintritt’? Conversie van ongeldige meerzijdige rechtshandeling, maatstaf. Procesrecht; passeren bewijsaanbod, ontoereikende motivering; verzoek tot… - ECLI:NL:HR:2001:AA9307 — 05-01-2001 Hoge Raad
- - ECLI:NL:OGHACMB:2025:289 — 02-12-2025 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van A
Curaçao. Arbeidsrecht. Art. 7A:1615p BW. Ontslag op staande voet na omvangrijk fraudeonderzoek. Onverwijldheidsvereiste. Dringende reden. - ECLI:NL:GHDHA:2022:862 — 22-02-2022 Hof Den Haag
Gedaagde/ verweerder in hoger beroep sub 2 F. heeft in 2003 een internationale octrooiaanvrage gedaan met als titel “PHARMACEUTICAL COMPOSITIONS INCLUDING LOW DOSAGES OF DESMOPRESSIN”, waarin hij staat genoemd als uitvinder en eerste aanvrager. Deze aanvrage heeft geleid tot een…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.