Artikel 237 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Lid 1

De partij die bij vonnis in het ongelijk wordt gesteld, wordt in de kosten veroordeeld. De kosten mogen echter geheel of gedeeltelijk worden gecompenseerd tussen echtgenoten of geregistreerde partners of andere levensgezellen, bloedverwanten in de rechte lijn, broers en zusters of aanverwanten in dezelfde graad, alsmede indien partijen over en weer op enkele punten in het ongelijk zijn gesteld. Ook kan de rechter de kosten die nodeloos werden aangewend of veroorzaakt, voor rekening laten van de partij die deze kosten aanwendde of veroorzaakte.

Lid 2

Bij een tussenvonnis kan de beslissing over de kosten tot het eindvonnis worden aangehouden.

Lid 3

Het bedrag van de kosten waarin de verliezende partij wordt veroordeeld, wordt, voor zover die kosten vóór de uitspraak zijn gemaakt en niet aan haar zijde zijn gevallen, bij het vonnis vastgesteld.

Lid 4

De na de uitspraak ontstane kosten worden op verzoek van de partij in het voordeel van wie een kostenveroordeling is uitgesproken, begroot door de rechter die het vonnis heeft gewezen. Deze geeft daarvoor een bevelschrift af. Hiertegen is geen hogere voorziening toegelaten.

Lid 5

De rechter kan bepalen dat het griffierecht tot betaling waarvan de partij, bedoeld in het eerste of tweede lid, wordt veroordeeld, niet hoger is dan het griffierecht dat van deze partij is geheven of, in het geval dat deze partij gedaagde is in een zaak bij de kantonrechter en van haar geen griffierecht is geheven, het griffierecht dat deze partij verschuldigd zou zijn geweest als zij eiser was geweest. De rechter kan hiertoe besluiten indien hij van oordeel is dat veroordeling tot betaling van het hogere griffierecht, gelet op de proceshouding van de in het gelijk gestelde partij, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. Hiertegen is geen hogere voorziening toegelaten.

Lid 6

De eiser die in het ongelijk wordt gesteld in een geding als bedoeld in de Richtlijn (EU) 2024/1069 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 betreffende bescherming van bij publieke participatie betrokken personen tegen kennelijk ongegronde vorderingen of misbruik van procesrecht («strategische rechtszaken tegen publieke participatie»), wordt veroordeeld in de volledige kosten die de wederpartij heeft gemaakt, tenzij de redelijkheid en billijkheid zich daartegen verzetten.

Lid 7

Het zesde lid is van overeenkomstige toepassing op zaken zonder grensoverschrijdende gevolgen als bedoeld in artikel 5 van de richtlijn, genoemd in het zesde lid.

Wordt genoemd in:

Recente uitspraken

Art. 237 Rv is sinds 1933 in 4660 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Rotterdam, Hof 's-Hertogenbosch en Rb. Limburg.

  • ECLI:NL:HR:2025:1681 — 25-11-2025 Hoge Raad
    Belaging (meermalen gepleegd), art. 285b.1 Sr. Vorderingen benadeelde partijen en oplegging schadevergoedingsmaatregelen, vergoeding van buitengerechtelijke kosten van rechtsbijstand als materiële schade. Moeten kosten van rechtsbijstand worden aangemerkt als proceskosten…
  • ECLI:NL:HR:2025:1081 — 04-07-2025 Hoge Raad
    Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Consumentenrecht. Richtlijn oneerlijke bedingen. Is proceskostenbeding oneerlijk? Zo ja, kan consument na vernietiging van proceskostenbeding worden veroordeeld in proceskosten met toepassing van art. 237 Rv? Hoge Raad stelt over dat laatste…
  • ECLI:NL:HR:2025:820 — 23-05-2025 Hoge Raad
    Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Consumentenrecht. Richtlijn oneerlijke bedingen. Is proceskostenbeding oneerlijk? Zo ja, kan consument na vernietiging van het proceskostenbeding worden veroordeeld in proceskosten met toepassing van art. 237 Rv? Hoge Raad heeft voornemen over…
  • ECLI:NL:HR:2025:388 — 14-03-2025 Hoge Raad
    Procesrecht. Sprongcassatie. Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie (WAMCA). Ontvankelijkheidseisen. Is sprake van een collectieve vordering voor dezelfde gebeurtenis(sen) en over gelijksoortige feitelijke en rechtsvragen als bedoeld in art. 1018d lid 1 Rv? Geldt…
  • ECLI:NL:HR:2023:1810 — 22-12-2023 Hoge Raad
    Verbintenissenrecht. Eigen schuld. Procesrecht. Proceskostenveroordeling. Veroordeling in incidenteel hoger beroep tot betaling van deel van griffierecht mogelijk? Art. 4 Wgbz.

Bekijk alle 4660 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.