Art. 6:96 Burgerlijk Wetboek Boek 6

10.953 uitspraken verwijzen naar dit artikel ›

Lid 1

Vermogensschade omvat zowel geleden verlies als gederfde winst.

Lid 2

Als vermogensschade komen mede voor vergoeding in aanmerking:

  1. redelijke kosten ter voorkoming of beperking van schade die als gevolg van de gebeurtenis waarop de aansprakelijkheid berust, mocht worden verwacht;

  2. redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid;

  3. redelijke kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte.

Lid 3

Lid 2 onder b en c is niet van toepassing voor zover in het gegeven geval krachtens artikel 241 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de regels betreffende de proceskosten van toepassing zijn.

Lid 4

In geval van een handelsovereenkomst als bedoeld in artikel 119a lid 1 of artikel 119b lid 1 bestaat de vergoeding van kosten bedoeld in lid 2 onder c uit ten minste een bedrag van 40 euro. Dit bedrag is zonder aanmaning verschuldigd vanaf de dag volgende op de dag waarop de wettelijke of overeengekomen uiterste dag van betaling is verstreken. Hiervan kan niet ten nadele van de schuldeiser worden afgeweken.

Lid 5

Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld voor de vergoeding van kosten als bedoeld in lid 2 onder c. Van deze regels kan niet ten nadele van de schuldenaar worden afgeweken indien de schuldenaar een natuurlijk persoon is, die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf. In dit geval mist artikel 241, eerste volzin, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering toepassing.

Lid 6

De vergoeding volgens de nadere regels kan indien de schuldenaar een natuurlijk persoon is, die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf, eerst verschuldigd worden nadat de schuldenaar na het intreden van het verzuim, bedoeld in artikel 81, onder vermelding van de gevolgen van het uitblijven van betaling, waaronder de vergoeding die in overeenstemming met de nadere regels wordt gevorderd, vruchteloos is aangemaand tot betaling binnen een termijn van veertien dagen, aanvangende de dag na aanmaning.

Lid 7

Indien een schuldenaar voor meer dan een vordering door een schuldeiser kan worden aangemaand als bedoeld in lid 6, dan dient dit in één aanmaning te geschieden. Voor de berekening van de vergoeding worden de hoofdsommen van deze vorderingen bij elkaar opgeteld.

Lid 8

Zijn op grond van eenzelfde rechtsverhouding termijnbetalingen verschuldigd en wordt aangemaand als bedoeld in lid 6 voor een termijnbetaling waarvoor op grond van de in lid 5 bedoelde algemene maatregel van bestuur de laagste vergoeding geldt, dan wordt voor de berekening van de vergoeding vanaf de dag dat wordt aangemaand, rekening gehouden met een of meerdere aanmaningen voor termijnbetalingen die geheel of gedeeltelijk onbetaald zijn gebleven in een periode van zes maanden voorafgaand aan de dag van de aanmaning.

De in de eerste zin genoemde algemene maatregel van bestuur bevat nadere regels voor de vergoeding. Hierin wordt, in afwijking van lid 7, tevens de vergoeding bepaald in het geval één aanmaning meerdere termijnbetalingen betreft.

Van dit lid kan niet ten nadele van de in lid 5 bedoelde schuldenaar worden afgeweken.

Wordt genoemd in:

Recente uitspraken

Art. 6:96 BW is sinds 1993 in 10953 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Rotterdam, Rb. Midden-Nederland en Rb. Noord-Holland.

  • ECLI:NL:HR:2026:1752 — 27-10-2026 Hoge Raad
    Moord op zakenpartner, art. 289 Sr. 1. Vordering benadeelde partij t.z.v. materiële schade wegens gederfd levensonderhoud en oplegging schadevergoedingsmaatregel. Kon hof oordelen dat vordering tot vergoeding van gederfd levensonderhoud toewijsbaar is tot € 278.3452? 2.…
  • ECLI:NL:HR:2026:147 — 03-02-2026 Hoge Raad
    Belaging (art. 285b.1 Sr) en smaadschrift (art. 261.2 Sr). Motivering oplegging schadevergoedingsmaatregel t.a.v. vergoeding van immateriële schade, art. 36f Sr en art. 6:106.b BW. Heeft hof zijn beslissing voldoende gemotiveerd, nu uit zijn overwegingen niet kan worden afgeleid…
  • ECLI:NL:HR:2025:1682 — 25-11-2025 Hoge Raad
    Belaging, art. 285b.1 Sr. Vordering benadeelde partij en oplegging schadevergoedingsmaatregel, vergoeding van buitengerechtelijke kosten van rechtsbijstand als materiële schade. Moeten kosten van rechtsbijstand worden aangemerkt als proceskosten waarover rechter o.g.v. art. 532…
  • ECLI:NL:HR:2025:1681 — 25-11-2025 Hoge Raad
    Belaging (meermalen gepleegd), art. 285b.1 Sr. Vorderingen benadeelde partijen en oplegging schadevergoedingsmaatregelen, vergoeding van buitengerechtelijke kosten van rechtsbijstand als materiële schade. Moeten kosten van rechtsbijstand worden aangemerkt als proceskosten…
  • ECLI:NL:HR:2025:1156 — 18-07-2025 Hoge Raad
    Verbintenissenrecht. Schadevergoeding. Ontbinding overeenkomsten van opdracht. Omvang ongedaanmakingsverbintenissen; stelplicht en bewijslast m.b.t. waardevergoeding (art. 6:272 BW). Ten onrechte niet gerespondeerd op essentiële stellingen m.b.t. als gevolg van normschending…

Bekijk alle 10953 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.