Artikel 196 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Lid 1
Voordat een zaak aanhangig is, of als het geding aanhangig is gemaakt, voordat de zaak op de rol is ingeschreven, kan de rechter op verzoek van een belanghebbende een of meer voorlopige bewijsverrichtingen bevelen. De wederpartij en andere belanghebbenden kunnen volgend op dat verzoek ook een of meer voorlopige bewijsverrichtingen verzoeken, waarna de rechter deze gezamenlijk kan behandelen.
Lid 2
De rechter wijst het verzoek toe, tenzij hij van oordeel is dat:
de informatie die verlangd wordt, niet voldoende bepaald is;
onvoldoende belang bij de voorlopige bewijsverrichting bestaat;
het verzoek om voorlopige bewijsverrichtingen in strijd is met de goede procesorde;
sprake is van misbruik van bevoegdheid; of
andere gewichtige redenen bestaan die zich verzetten tegen de voorlopige bewijsverrichting.
Recente uitspraken
Art. 196 Rv is sinds 2004 in 222 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Rotterdam, Rb. Amsterdam en Rb. Gelderland.
- ECLI:NL:HR:2026:201 — 06-02-2026 Hoge Raad
Procesrecht. Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht; overgangsrecht. Art. 200 Rv van toepassing op het instellen van een rechtsmiddel tegen de uitspraak op een inzageverzoek (of verzoek om andere voorlopige bewijsverrichtingen) indien het verzoek is gedaan vóór 1… - ECLI:NL:HR:2018:7 — 05-01-2018 Hoge Raad
Onteigening. Ontpoldering Hedwigepolder. Maatstaf toetsing van het Koninklijk Besluit tot onteigening door de civiele rechter. Koninklijk Besluit onrechtmatig door gebreken in de bestuursrechtelijke procedure? Infrastructurele werken, onder meer bestaande uit primaire… - ECLI:NL:HR:2015:3199 — 30-10-2015 Hoge Raad
Art. 80a lid 1 RO. Personen- en familierecht. Afwikkeling huwelijkse voorwaarden, uitsluiting van gemeenschap. Is geld op gemeenschappelijke bankrekening afkomstig van privévermogen? Motivering. Niet doorgaan van deskundigenonderzoek wegens niet voldoen van voorschot; art. 196… - ECLI:NL:GHAMS:2026:2646 — 29-09-2026 Hof Amsterdam
Diversen. Verzoek voorlopig getuigenverhoor. Het verzoek is onvoldoende bepaald (artikel 196 lid 2 onder a Rv). Verzoeker heeft bovendien niet toegelicht hoe hetgeen hij wil bewijzen zou kunnen leiden tot de door hem gewenste herroeping van twee arresten. Daarmee ontbreekt het… - ECLI:NL:GHARL:2026:5933 — 15-09-2026 Hof Arnhem-Leeuwarden
Verzoek voorlopig getuigenverhoor, 196 Rv. Hoger beroep tegen afwijzing. Het hof wijst het verzoek tot voorlopig getuigenverhoor in hoger beroep alsnog toe en vernietigt de beschikking van de rechtbank.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.