Artikel 193 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Lid 1
De rechter kan op verzoek van een partij of ambtshalve, vergezeld van de griffier, een plaatselijke gesteldheid opnemen of zaken bezichtigen die niet of bezwaarlijk ter zitting kunnen worden meegebracht.
Lid 2
Het daartoe strekkende vonnis vermeldt de plaats of de zaak die in ogenschouw moet worden genomen, de tijd van de plaatsopneming, de tijd en de plaats van de bezichtiging, de termijn waarbinnen het van de verrichting op te maken proces-verbaal aan partijen moet zijn verstrekt en de dag waarop de zaak weer op de rol zal komen.
Lid 3
De rechter heeft voor het doen van een plaatsopneming of een bezichtiging als bedoeld in het eerste lid, toegang tot elke plaats. Op het proces-verbaal als bedoeld in het tweede lid, zijn de artikelen 10 en 11, tweede lid, van de Algemene wet op het binnentreden van overeenkomstige toepassing.
Lid 4
Partijen worden in de gelegenheid gesteld opmerkingen te maken of verzoeken te doen. Uit het proces-verbaal moet blijken of aan dit voorschrift is voldaan. Van de inhoud van de opmerkingen of verzoeken wordt in het proces-verbaal melding gemaakt. Het proces-verbaal wordt ondertekend door de rechter die de verrichting heeft gedaan. In geval van toepassing van artikel 90, zevende en achtste lid, kan ook een proces-verbaal worden opgemaakt met een zakelijke samenvatting van hetgeen is voorgevallen tijdens de plaatsopneming of bezichtiging.
Lid 5
De rechter kan ter plaatse getuigen horen. De vierde paragraaf van deze afdeling is hierop van toepassing, met uitzondering van artikel 170.
Lid 6
De rechter kan zich tot de uitoefening van de in dit artikel toegekende bevoegdheden buiten zijn rechtsgebied begeven.
Lid 7
De reis- en verblijfkosten van de rechter en de griffier komen ten laste van de Staat.
Recente uitspraken
Art. 193 Rv is sinds 2001 in 8 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Amsterdam, Hof Amsterdam en Hof 's-Hertogenbosch.
- ECLI:NL:HR:2001:AB0381 — 02-03-2001 Hoge Raad
- - ECLI:NL:GHSHE:2015:2234 — 18-06-2015 Hof 's-Hertogenbosch
Verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor in het burgerlijk recht in een poging om nieuwe feiten te achterhalen welke recht geven op een herzieningsprocedure in het canoniek recht wordt gehonoreerd nu het canoniek recht niet uitsluit dat een verzoeker zich voor… - ECLI:NL:GHAMS:2011:BU8996 — 23-08-2011 Hof Amsterdam
Getuigenverhoor. Vragen aan partijgetuige. In het kader van art. 179 lid 3 Rv kunnen pp. elkaar vragen stellen over andere aspecten van hun geschil dan de juistheid van de te bewijzen feiten of rechten. Art. 179 lid 3 Rv verhindert het stellen van dergelijke vragen zolang het… - ECLI:NL:RBOVE:2026:5496 — 01-09-2026 Rb. Overijssel
Huurovereenkomst voor bedrijfsruimte later verkleurd naar huurovereenkomst voor bedrijfsruimte en voor woonruimte. Splitsing niet mogelijk, de bepalingen voor woonruimte prevaleren. Huurovereenkomst niet rechtsgeldig opgezegd. De gevorderde ontruiming wordt afgewezen. - ECLI:NL:RBOBR:2025:3834 — 28-05-2025 Rb. Oost-Brabant
Incidentele procedure met verschillende vorderingen. Artikel 22 Rv geeft rechter een discretionaire bevoegdheid; daaraan kan geen zelfstandige vorderingsgrond worden ontleend. Dat geldt ook voor artikel 193 Rv (het gelasten van een descente) en artikel 186 Rv (het inschakelen…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.