Artikel 1018h Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Lid 1
Indien partijen een vaststellingsovereenkomst als bedoeld in artikel 907, tweede lid van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek sluiten, wordt deze ter goedkeuring aan de rechter voorgelegd.
Lid 2
Op de goedkeuring van de overeenkomst zijn de artikelen 1013, eerste en tweede lid, en vierde tot en met achtste lid, 1014, 1016 en artikel 907 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek van overeenkomstige toepassing.
Lid 3
Op een goedgekeurde overeenkomst zijn de artikelen 1017, tweede tot en met vierde lid, en de artikelen 908, eerste, derde en vijfde lid, 909 en 910 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek van overeenkomstige toepassing. De rechter kan nadere aanwijzingen geven voor de in artikel 1017 bedoelde meldingen en aankondigingen.
Lid 4
De exclusieve belangenbehartiger draagt zorg voor aankondiging van de goedgekeurde overeenkomst of de weigering daarvan op de internetpagina als bedoeld in het tweede lid, onder d, van artikel 305a van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek en voor aantekening in het in artikel 1018c, tweede lid, bedoelde register.
Lid 5
Op de goedgekeurde overeenkomst is artikel 1018f, eerste tot en met vierde lid, van overeenkomstige toepassing.
Lid 6
Uitsluitend tegen de weigering van de goedkeuring staat beroep in cassatie open, dat uitsluitend door partijen gezamenlijk kan worden ingesteld. Artikel 1018, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
Recente uitspraken
Art. 1018h Rv is sinds 2024 in 6 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Amsterdam, Rb. Amsterdam en Rb. Rotterdam.
- ECLI:NL:GHAMS:2025:2666 — 07-10-2025 Hof Amsterdam
Art. 3:305a BW. Tussenbeslissing WAMCA-procedure in hoger beroep. TikTok. Internationale bevoegdheid ten aanzien van AVG en niet-AVG vorderingen? Aanhouding AVG-vorderingen i.v.m. prejudiciële vragen (rechtbank Rotterdam 23 juli 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:9088). Stichtingen… - ECLI:NL:GHAMS:2025:2657 — 30-09-2025 Hof Amsterdam
Geen aanhouding collectieve actie Data Privacy Stichting/Meta c.s. in afwachting van de antwoorden van het HvJEU op de prejudiciële vragen van de rechtbank Rotterdam (ECLI:NL:RBROT:2025:9088). - ECLI:NL:RBAMS:2025:7489 — 15-10-2025 Rb. Amsterdam
WAMCA-zaak. In dit vonnis oordeelt de rechtbank dat zij bevoegd is (rechtsmacht heeft). Aangezien de rechtbank zich bevoegd acht, zou de volgende stap in deze procedure de ontvankelijkheidsfase zijn waarin de ontvankelijkheid van SOMI en DPS wordt beoordeeld. De rechtbank ziet… - ECLI:NL:RBROT:2025:9088 — 23-07-2025 Rb. Rotterdam
Vervolg op ECLI:NL:RBROT:2024:11322; Collectieve actie 3:305a BW; Ontvankelijkheidseisen; Verhouding tussen de WAMCA en de AVG; Uitleg artikel 80 lid 2 AVG met betrekking tot het recht op schadevergoeding. De rechtbank stelt prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de… - ECLI:NL:RBROT:2024:11322 — 13-11-2024 Rb. Rotterdam
Collectieve actie 3:305a BW; Rechtsmacht; Ontvankelijkheidseisen; Verhouding tussen de WAMCA en de AVG; Uitleg artikel 80 lid 2 AVG met betrekking tot het recht op schadevergoeding. De rechtbank is voornemens prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie van de…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.