Artikel 1018k Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Lid 1
Zodra een uitspraak ingevolge deze titel onherroepelijk is geworden, is deze voor ieder der partijen en voor de in artikel 1018i, eerste lid, onder a en b, bedoelde personen, verbindend. Tenzij de uitspraak uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, kunnen deze personen vanaf het tijdstip waarop de uitspraak onherroepelijk is geworden aanspraak maken op een vergoeding op de wijze en onder de voorwaarden vermeld in de uitspraak waarbij een collectieve schadeafwikkeling is vastgesteld.
Lid 2
Voor een persoon als bedoeld in artikel 1018i, eerste lid, onder a, die bij de in artikel 1018f, derde lid, bedoelde aankondiging niet met zijn schade bekend kon zijn, heeft een uitspraak ingevolge deze titel geen gevolg indien hij na het bekend worden van zijn schade door een schriftelijke mededeling aan de gedaagde of, indien een collectieve schadeafwikkeling is vastgesteld, aan de in artikel 907, tweede lid, onder g, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, bedoelde persoon, heeft laten weten niet gebonden te willen zijn. De gedaagde kan een persoon als bedoeld in het eerste lid schriftelijk een termijn van ten minste zes maanden stellen waarbinnen deze kan laten weten niet gebonden te willen zijn. Bij een uitspraak ingevolge deze titel waarbij een collectieve schadeafwikkeling is vastgesteld overeenkomstig artikel 1018i moet de gedaagde daarbij ook mededeling doen van de persoon bedoeld in artikel 907, tweede lid, onder g.
Recente uitspraken
Art. 1018k Rv is sinds 2021 in 6 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Amsterdam, Hoge Raad en Rb. Amsterdam.
- ECLI:NL:HR:2026:1198 — 17-07-2026 Hoge Raad
Collectieve actie. WAMCA. Ontvankelijkheidseisen belangenorganisatie (art. 3:305a lid 1-3 BW). Toetsing ontvankelijkheidseisen in hoger beroep ex tunc of ex nunc? Representativiteitsvereiste. Mocht hof oordeel over vereisten art. 80 AVG in verbinding met art. 82 AVG uitstellen… - ECLI:NL:HR:2025:319 — 21-02-2025 Hoge Raad
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Arbeidsrecht. Art. 7:610 BW. Vordering werknemersorganisatie op voet van art. 3 lid 2 Wet AVV tegen Uber tot naleving algemeen verbindend verklaarde bepalingen van CAO Taxivervoer. Vragen over gezichtspunt 'ondernemerschap' binnen… - ECLI:NL:GHAMS:2026:1612 — 16-06-2026 Hof Amsterdam
Art. 7:690 BW. Overeenkomst tussen een werker en een opdrachtgever komt tot stand via het online platform van Temper. Vakbonden stellen cao-nakomingsvorderingen, een cao-schadevordering en vorderingen op grond van de WAMCA in. Uitzendovereenkomst tussen Temper en de werker? HR… - ECLI:NL:GHAMS:2025:2666 — 07-10-2025 Hof Amsterdam
Art. 3:305a BW. Tussenbeslissing WAMCA-procedure in hoger beroep. TikTok. Internationale bevoegdheid ten aanzien van AVG en niet-AVG vorderingen? Aanhouding AVG-vorderingen i.v.m. prejudiciële vragen (rechtbank Rotterdam 23 juli 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:9088). Stichtingen… - ECLI:NL:RBROT:2025:9088 — 23-07-2025 Rb. Rotterdam
Vervolg op ECLI:NL:RBROT:2024:11322; Collectieve actie 3:305a BW; Ontvankelijkheidseisen; Verhouding tussen de WAMCA en de AVG; Uitleg artikel 80 lid 2 AVG met betrekking tot het recht op schadevergoeding. De rechtbank stelt prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.