Artikel 538 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Lid 1
Treft het beslag een zaak die geheel of ten dele aan een ander toebehoort of waarop een recht van een ander rust dat de executant moet eerbiedigen, dan kan deze ander zich tegen verkoop waarbij zijn recht niet in acht wordt genomen, tot op het tijdstip van de verkoop verzetten.
Lid 2
De eiser die in het ongelijk wordt gesteld, zal, op vordering van de executant, zo daartoe gronden zijn, tot schadevergoeding worden veroordeeld.
Recente uitspraken
Art. 538 Rv is sinds 2010 in 5 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Amsterdam, Rb. Haarlem en Rb. Limburg.
- ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ7383 — 16-04-2013 Hof Amsterdam
438 Rv 509 Rv 3:13 BW Een hypotheekhouder die niet de executie overneemt maar zich verzet tegen de executie van het verbonden onroerend goed, is te beschouwen als een derde. Hij dient ingevolge 438 lid 5 Rv zowel de executant als de geëxecuteerde te dagvaarden. Dat wordt in… - ECLI:NL:RBOBR:2022:248 — 21-01-2022 Rb. Oost-Brabant
Kort geding. Eiseres verzet zich als derde, op grond van het bepaalde in artikel 68, lid 5, jo artikel 538 Rv tegen de executie van een tussen gedaagde sub 2 en gedaagde sub 1 gewezen vonnis en heeft daartoe op de voet van artikel 438 lid 5 Rv het onderhavige executiegeschil… - ECLI:NL:RBLIM:2015:4635 — 01-06-2015 Rb. Limburg
Vordering opheffing executoriaal beslag toegewezen. Weigering opheffing beslag op appartementsrecht door beslaglegger is uitsluitend gelegen in de omstandigheid dat de executerende hypotheekhouder weigert de beslagkosten uit de executieopbrengst te voldoen. De beslagkosten zijn… - ECLI:NL:RBROT:2014:2196 — 18-03-2014 Rb. Rotterdam
Onder omstandigheden kunnen derden op grond van artikel 438 lid 5 Rv een beroep doen op schorsing van de tenuitvoerlegging van een vonnis waarbij zij zelf geen partij waren. Ook al betreft het hier geen beslaggeschil met daaraan ten grondslag liggende eigendomsvraagstukken. Het… - ECLI:NL:RBHAA:2010:BO3912 — 15-10-2010 Rb. Haarlem
Voorrecht op zeeschip ex art. 8:211 sub b BW. Derdenverzet. Voorzieningenrechter bepaalt dat aan de dagvaarding ex art. 538 Rv. geen schorsende werking meer toekomt.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.