Artikel 45 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Lid 1
Exploten worden door een daartoe bevoegde deurwaarder gedaan op de wijze in deze afdeling bepaald.
Lid 2
Een daartoe bevoegde deurwaarder kan, indien de wet dit bepaalt, ook elektronisch exploot doen.
Lid 3
Het exploot vermeldt ten minste:
de datum van de betekening;
de naam, en in het geval van een natuurlijke persoon tevens de voornamen, en de woonplaats van degene op wiens verzoek de betekening geschiedt;
de voornamen, de naam en het kantooradres van de deurwaarder;
de naam en de woonplaats van degene voor wie het exploot is bestemd;
degene aan wie afschrift van het exploot is gelaten, onder vermelding van diens hoedanigheid of, indien het exploot elektronisch is gedaan als bedoeld in het tweede lid, het elektronisch adres waaraan afschrift van het exploot is gelaten.
Lid 4
Indien het exploot een vordering tot ontruiming betreft van een gebouwde onroerende zaak of een gedeelte daarvan door anderen dan gebruikers of gewezen gebruikers krachtens een persoonlijk of zakelijk recht, van wie naam en woonplaats in redelijkheid niet kunnen worden achterhaald, behoeft het deze naam en deze woonplaats niet te vermelden, noch de persoon aan wie afschrift van het exploot is gelaten.
Lid 5
Het exploot en de afschriften daarvan worden door de deurwaarder ondertekend.
Recente uitspraken
Art. 45 Rv is sinds 2004 in 156 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Rotterdam, Rb. Gelderland en Hof Amsterdam.
- ECLI:NL:HR:2021:1878 — 14-12-2021 Hoge Raad
Onttrekken van een auto aan civielrechtelijk beslag, art. 198.1 Sr. Is beslag gelegd ‘krachtens de wet’ a.b.i. art. 198.1 Sr? Met woorden ‘krachtens de wet’ wordt tot uitdrukking gebracht dat beslag op de in de wet voorgeschreven wijze moet zijn gelegd. Hof heeft vastgesteld dat… - ECLI:NL:HR:2020:2101 — 18-12-2020 Hoge Raad
Procesrecht. Verstekverlening. Art. 45 en 121 Rv. Betekening exploot door deurwaarder, zonder vermelding in het exploot van de woonplaats van verweerster omdat zij 'geheim adres' heeft (art. 2.59 Wet basisregistratie personen). - ECLI:NL:HR:2019:1052 — 28-06-2019 Hoge Raad
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Kan en moet de deurwaarder een exploot uitbrengen aan een in de basisregistratie personen (BRP) opgenomen briefadres in plaats van openbaar te betekenen op de voet van art. 54 Rv? Art. 45-47 Rv; art. 54 lid 1 Rv; art. 1:15 BW. - ECLI:NL:HR:2015:1684 — 19-06-2015 Hoge Raad
Niet-ontvankelijkheid. Cassatieverzoekschrift niet ondertekend door advocaat bij de Hoge Raad, art. 426a lid 1 Rv. Beroep op art. 6 EVRM. - ECLI:NL:HR:2013:BY9084 — 05-04-2013 Hoge Raad
Cassatie in belang der wet; niet-ontvankelijkheid; art. 78 lid 6 RO. Vordering verhuurder tot ontruiming na overlijden huurder; erfgenamen onbekend. Wijze van dagvaarden van onbekende erfgenamen. Niet-toepasselijkheid art. 53 en art. 54 lid 2 Rv. Mogelijkheid tot benoeming…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.