Artikel 55 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Lid 1

Ten aanzien van hen die geen bekende woonplaats of bekend werkelijk verblijf in Nederland hebben, maar van wie de woonplaats of het werkelijk verblijf buiten Nederland bekend is, geschiedt de betekening aan het parket van de ambtenaar van het openbaar ministerie, onderscheidenlijk de procureur-generaal, bedoeld in artikel 54, tweede en vierde lid, die een afschrift van het exploot ten behoeve van degene voor wie het bestemd is, toezendt aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken of, indien de woonplaats of het werkelijk verblijf van de betrokkene zich in Aruba, Curaçao of Sint Maarten bevindt, aan het Kabinet van de Gevolmachtigd Minister van Aruba, Curaçao respectievelijk Sint Maarten in Nederland dan wel, indien de woonplaats of het werkelijk verblijf van de betrokkene zich in een van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba bevindt, aan Onze Minister van Justitie. Een tweede afschrift wordt door de deurwaarder per aangetekende brief onverwijld toegezonden aan de woonplaats of het werkelijk verblijf van de betrokkene.

Lid 2

Heeft degene voor wie het exploot bestemd is, een bekende woonplaats of een bekend werkelijk verblijf buiten Nederland in een Staat die partij is bij het op 15 november 1965 te 's-Gravenhage tot stand gekomen Verdrag inzake de betekening en de kennisgeving in het buitenland van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke en in handelszaken (Trb. 1966, 91) en ontvangt deze het afschrift op een wijze die aldaar wordt aangemerkt als betekening in persoon, dan wordt het exploot geacht te zijn gedaan aan hem in persoon.

Recente uitspraken

Art. 55 Rv is sinds 2002 in 108 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Amsterdam, Rb. Den Haag en Rb. Amsterdam.

  • ECLI:NL:HR:2021:1407 — 01-10-2021 Hoge Raad
    Ondernemingsrecht, procesrecht. Uitkoopprocedure (art. 2:92a BW). Verstekarrest tegen de gezamenlijke andere aandeelhouders; verzettermijn voor in het buitenland wonende aandeelhouders. Processueel ondeelbare rechtsverhouding. Welke partij dient op te roepen?
  • ECLI:NL:HR:2017:3054 — 01-12-2017 Hoge Raad
    IPR en volkenrecht. Immuniteit van jurisdictie en immuniteit van executie van vreemde staat. Ambtshalve toetsing van immuniteit van jurisdictie indien vreemde staat of internationale organisatie niet in rechte verschijnt? Bevatten art. 6 en 23 VN-Verdrag inzake staatsimmuniteit…
  • ECLI:NL:HR:2011:BP0006 — 04-02-2011 Hoge Raad
    Procesrecht. Betekening; kantoorbetekening (art. 63 Rv.) wordt overgelaten aan het nationale recht en volstaat daardoor voor verstekverlening, zowel onder het Haags Betekeningsverdrag (Hoge Raad komt hiermee terug van HR 27 juni 1986, LJN AC9459, NJ 1987/764) als onder de…
  • ECLI:NL:HR:2010:BO6879 — 10-12-2010 Hoge Raad
    Vervolg op HR 21 mei 2010, nr. 08/04726, LJN BL5447. Geding in cassatie geldig geschorst? Indien verweerder is verschenen leidt niet-inachtneming betekeningsvoorschriften slechts tot nietigheid in geval van onredelijke benadeling. Sterk persoonlijk belang bij vorderingen niet…
  • ECLI:NL:HR:2007:BB7192 — 14-12-2007 Hoge Raad
    Procesrecht. Cassatie; verstekverlening in kort geding, niet-verschenen buitenlandse (Russische) curator; betekening exploot van cassatiedagvaarding volgens Haags Betekeningsverdrag en op voet van 63 Rv. op kantoor van procureur in vorige instantie; aanhouding beslissing…

Bekijk alle 108 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.