Artikel 586 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Tenzij de tenuitvoerlegging bij lijfsdwang reeds was toegestaan in het vonnis of de beschikking tot nakoming waarvan dit dwangmiddel strekt, wordt een vordering tot uitvoerbaarverklaring bij lijfsdwang ingesteld bij de voorzieningenrechter van de rechtbank. De vordering wordt ingesteld en behandeld als een kort geding.

Recente uitspraken

Art. 586 Rv is sinds 2011 in 17 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Zeeland-West-Brabant, Hof 's-Hertogenbosch en Rb. Oost-Brabant.

  • ECLI:NL:OGHACMB:2021:96 — 06-04-2021 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van A
    Gijzeling – belang – appeltermijn – geen conversie naar verzet. formele relatie: BON202000022
  • ECLI:NL:GHSHE:2022:1956 — 21-06-2022 Hof 's-Hertogenbosch
    Kort geding. Afzonderlijke vordering tot uitvoerbaarverklaring bij lijfsdwang voor veroordelingen die bij verschillende uitspraken zijn gegeven. Uiterste middel. Belangenafweging.
  • ECLI:NL:GHAMS:2019:3846 — 22-10-2019 Hof Amsterdam
    lijfsdwang, beoordelingskader alimentatie in kort geding, afsprakenregeling
  • ECLI:NL:GHSHE:2017:4612 — 24-10-2017 Hof 's-Hertogenbosch
    Geschil over de eigendom van een dressuurpaard. Bij het vonnis in eerste aanleg, dat uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, is appellante veroordeeld om het paard aan geïntimeerde terug te geven. Aan die veroordeling is bij een later kortgedingvonnis een hoge dwangsom verbonden.…
  • ECLI:NL:RBZWB:2026:9476 — 29-09-2026 Rb. Zeeland-West-Brabant
    Vordering tot verkrijgen van inlichtingen omtrent inkomens- en vermogenspositie

Bekijk alle 17 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.