Artikel 438a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Lid 1
In zaken betreffende een executie die volgens de tweede en de derde titel van dit Boek of titel 9 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek worden ingeleid door indiening van een verzoek aan de voorzieningenrechter van de rechtbank, is bevoegd de voorzieningenrechter in wiens rechtsgebied de te executeren zaken zich geheel of grotendeels bevinden of de executie zal geschieden.
Lid 2
De indiening van verzoeken krachtens de artikelen 459, derde lid, 461b, 462, tweede lid, 463, vijfde lid, 463a, 465, 481, eerste lid, 496, tweede lid, en 506, tweede lid, kan ook door een deurwaarder geschieden. Hetzelfde geldt voor een verzoek krachtens artikel 234, derde lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, indien de executie door een pandhouder geschiedt, of krachtens artikel 251 van dat Boek. Indien een deurwaarder het verzoek indient, geldt zijn kantoor als gekozen woonplaats van de verzoeker.
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 438a Rv is sinds 2002 in 10 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Amsterdam, Hof 's-Hertogenbosch en Rb. Oost-Brabant.
- ECLI:NL:GHAMS:2026:16 — 06-01-2026 Hof Amsterdam
Bekrachtiging beschikking waarbij is bepaald dat een beslagen aandeel kan worden verkocht en dat ontheffing wordt verleend van de voor overdracht en vervreemding van het aandeel voorgeschreven statutaire bepalingen. - ECLI:NL:GHAMS:2015:3264 — 11-08-2015 Hof Amsterdam
Klaagster verwijt de notarissen dat zij niet hebben gehandeld zoals onder de gegeven omstandigheden van redelijk bekwaam handelende notarissen mag worden verwacht door zonder recht of titel de woning in het openbaar te verkopen. Samengevat komt de klacht erop neer dat in… - ECLI:NL:GHSHE:2012:BV8989 — 14-03-2012 Hof 's-Hertogenbosch
Beslagvrije voet. Procesrecht. Relatieve en sectorale competentie. Beslissing op de voet van art. 96 Rv? Doorbraak twee-conclusie-regel. onder inkomsten dient mede te worden verstaan inkomsten die redelijkerwijze kunnen worden genoten. - ECLI:NL:GHSHE:2002:AF0968 — 26-08-2002 Hof 's-Hertogenbosch
- - ECLI:NL:RBROT:2023:9284 — 02-10-2023 Rb. Rotterdam
Verzoek ex artikel 3:251 lid 1 BW. Verzoeker stelt een pandrecht te hebben op een partij ethanol die in de Rotterdamse haven is opgeslagen. De voorzieningenrechter wordt verzocht te bepalen dat de partij ethanol op de voet van artikel 3:251 lid 1 BW zal verblijven aan verzoeker…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.