Artikel 251 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Lid 1

Indien de proceshandeling waarvoor de zaak staat, langer dan twaalf maanden niet is verricht, bepaalt de rechter op verlangen van de wederpartij van de partij die de proceshandeling moet verrichten, een roldatum waarop deze wederpartij verval van instantie kan vorderen, dan wel kan vragen om een laatste uitstel te verlenen aan de partij die de proceshandeling moet verrichten of om vonnis te wijzen. De rechter kan hiertoe, eveneens na verloop van twaalf maanden, ook ambtshalve een roldatum bepalen.

Lid 2

De in het eerste lid bedoelde roldatum wordt in beide gevallen bepaald op een termijn van ten hoogste drie maanden.

Lid 3

Verval van instantie kan op de bepaalde roldatum slechts worden gevorderd indien het voornemen daartoe ten minste twee weken vóór die roldatum aan de nalatige partij is aangezegd.

Lid 4

De rechter wijst de vordering tot verval van instantie toe, tenzij voor of op die roldatum

  1. de proceshandeling alsnog wordt verricht, of

  2. de wederpartij van de partij die het verval vordert, aannemelijk maakt dat voor de vertraging van het geding een reden bestaat die deze in redelijkheid kan rechtvaardigen.

Lid 5

Indien op de ingevolge het eerste lid bepaalde roldatum de proceshandeling waarvoor de zaak staat niet alsnog is of wordt verricht, en voorts de wederpartij van degene die de proceshandeling moet verrichten geen verval van instantie vordert noch zich anderszins uitlaat over de voortgang van het geding als bedoeld in het eerste lid, wordt de zaak op de rol doorgehaald.

Recente uitspraken

Art. 251 Rv is sinds 2006 in 25 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad, Hof Amsterdam en Hof Arnhem-Leeuwarden.

  • ECLI:NL:HR:2018:596 — 13-04-2018 Hoge Raad
    Appelprocesrecht. Verval van recht memorie van grieven te nemen? Uitleg overgangsbepalingen art. 10.1 en 10.2 Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven, zevende en achtste versie.
  • ECLI:NL:HR:2015:112 — 23-01-2015 Hoge Raad
    Procesrecht. Vervolg van HR 19 februari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK7671, NJ 2010/115. Uitleg partijafspraak met betrekking tot verval van instantie; onbegrijpelijk oordeel. Art. 251 lid 1 Rv.
  • ECLI:NL:HR:2014:3522 — 05-12-2014 Hoge Raad
    Art. 81 lid 1 RO. (Appel)procesrecht. Art. 226 Rv, schorsing procedure wegens verlies hoedanigheid advocaat; behandelend of procesadvocaat? Verval van instantie, art. 251 Rv, art. 2.21 Landelijk procesreglement gerechtshoven. Recht op pleidooi? Art. 134, 353 lid 1 Rv.
  • ECLI:NL:HR:2012:BU8176 — 02-03-2012 Hoge Raad
    Verval van instantie (art. 251 Rv.). Na verlening laatste uitstel daartoe had appellant geen grieven genomen maar incidenteel schorsing gevorderd tot tijdstip wijzen eindarrest in een samenhangende procedure. Behoudens bijzondere wettelijke bepaling geen aanspraak op behandeling…
  • ECLI:NL:HR:2007:BA7558 — 02-11-2007 Hoge Raad
    Procesrecht. Vordering tot verval van instantie in het geding na cassatie en verwijzing; overgangsrecht, verwijzingsgeding als onvoltooide appèlinstantie valt onder het begrip “verdere behandeling” in art. VII lid 1 NRv.; toepassing van art. 279 (oud) Rv. ongeacht aanhangigheid;…

Bekijk alle 25 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.