Artikel 624 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Lid 1

Bevoegd tot kennisneming van verzoeken tot machtiging tot doorhaling als bedoeld in de artikelen 195 of 786 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek is de rechtbank Rotterdam.

Lid 2

Bevoegd tot kennisneming van verzoeken tot goedkeuring als bedoeld in artikel 1303, vierde lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek en tot machtiging tot doorhaling als bedoeld in artikel 1304 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek is de rechtbank van de woonplaats, bedoeld in artikel 1303, zesde lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek.

Lid 3

Machtiging wordt slechts verleend na verhoor of behoorlijke oproeping van degenen van wier recht of beslag uit een inschrijving blijkt of te wier gunste voorlopige aantekeningen bestaan. Deze machtiging wordt door de griffier der rechtbank op het verzoekschrift aangetekend.

Lid 4

Bij de verzoeken, bedoeld in het eerste lid, is de tussenkomst van een advocaat niet vereist.

Recente uitspraken

Art. 624 Rv is sinds 2010 in 3 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Arnhem-Leeuwarden, Rb. Leeuwarden en Rb. Noord-Nederland.

  • ECLI:NL:GHARL:2024:1220 — 20-02-2024 Hof Arnhem-Leeuwarden
    Net als de rechtbank oordeelt het hof dat de civiele rechter niet bevoegd is te oordelen over het geschil tussen partijen omdat partijen gebonden zijn aan een arbitragebeding.
  • ECLI:NL:RBNNE:2021:5195 — 08-12-2021 Rb. Noord-Nederland
    Bevoegdheidsincident. Arbitragebeding. Rechtbank of arbiters bevoegd om kennis te nemen van de ingestelde vorderingen?
  • ECLI:NL:RBLEE:2010:BL4460 — 16-02-2010 Rb. Leeuwarden
    Artikel 1033 Rv. Verzoek tot wraking van arbiters.

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.