Artikel 71 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Lid 1
Moet een zaak, in behandeling bij de kantonrechter, verder worden behandeld en beslist door een kamer voor andere zaken dan kantonzaken, dan wordt de zaak daartoe op verlangen van een der partijen of ambtshalve naar een zodanige kamer verwezen.
Lid 2
Moet een zaak, in behandeling bij een kamer voor andere zaken dan kantonzaken, verder worden behandeld en beslist door de kantonrechter, dan wordt de zaak daartoe op verlangen van een der partijen of ambtshalve verwezen naar een kamer voor kantonzaken.
Lid 3
De vraag of verwijzing nodig is beoordeelt de rechter, voor zover daarvoor het onderwerp van het geschil bepalend is, aan de hand van zijn voorlopig oordeel over het onderwerp van het geschil.
Lid 4
In de beslissing tot verwijzing vermeldt de rechter op welke wijze partijen in de procedure moeten verschijnen en, voor zover van toepassing, het griffierecht of het verhoogde griffierecht dat ingevolge artikel 8 van de Wet griffierechten burgerlijke zaken van partijen wordt geheven en binnen welke termijn dit griffierecht of dit verhoogde griffierecht betaald dient te worden. Artikel 111, tweede lid, aanhef en onderdeel k en onderdeel l, is van overeenkomstige toepassing. In het geval van een dagvaardingsprocedure vermeldt de rechter tevens een nieuwe roldatum en beveelt hij, indien tegen de gedaagde verstek is verleend, dat deze door de eiser bij exploot aan de gedaagde wordt aangezegd onder betekening van de beslissing tot verwijzing.
Lid 5
Tegen een verwijzing en tegen het achterwege laten van verwijzing staat geen voorziening open. De rechter naar wie de zaak is verwezen, is aan de verwijzing gebonden.
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 71 Rv is sinds 2003 in 524 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Rotterdam, Rb. Gelderland en Rb. Amsterdam.
- ECLI:NL:HR:2025:511 — 04-04-2025 Hoge Raad
Cassatie in het belang der wet. Erfrecht. Procesrecht. Moeten zaken strekkend tot verkrijging veroordeling tot medewerking aan vestiging vruchtgebruik o.g.v. art. 4:29 lid 1 BW of art. 4:30 lid 1 BW worden behandeld door kantonrechter dan wel door kamer voor andere zaken dan… - ECLI:NL:HR:2010:BN1402 — 08-10-2010 Hoge Raad
Verbintenissenrecht. Door bestuurder-certificaathouder zonder toestemming echtgenote in privé aangegane verbintenis vernietigbaar op de voet van art. 1:89 lid 1 BW? Uitleg art. 1:88 lid 5 BW. Totstandkomingsgeschiedenis van art. 1:88 BW biedt geen steun voor de lezing dat de… - ECLI:NL:HR:2008:BC2774 — 21-03-2008 Hoge Raad
Procesrecht. Bevoegdheid uit hoofde van onderwerp van geschil; als tardief verworpen exceptie van onbevoegd als bedoeld in art. 157 (oud) Rv., tussentijds cassatieberoep niet-ontvankelijk nu tegen tussenvonnis rechtbank hoger beroep openstaat; toepassing van art. 340 Rv., nieuw… - ECLI:NL:HR:2006:AV0050 — 28-04-2006 Hoge Raad
Procesrecht. Cassatie, ontvankelijkheid van beroep tegen een uitspraak van het hof Leeuwarden in een pachtzaak tot ambtshalve onbevoegdverklaring tot kennisneming van het hoger beroep met verwijzing naar de pachtkamer van het hof Arnhem; verwijzingen tussen de gewone rechter en… - ECLI:NL:GHARL:2026:4773 — 21-07-2026 Hof Arnhem-Leeuwarden
Erfrecht. Afgifte legaat. Vereffenaar tevens erfgenaam weigert afgifte van het legaat omdat het bij het overlijden van erflater niet zou behoren tot de nalatenschap. Op het moment van overlijden zou op het legaat, een stuk grond, al een koopoptie rusten. Daarmee rustte volgens…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.