Artikel 810 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Lid 1
De rechter kan in zaken betreffende minderjarigen, uitgezonderd die welke zijn levensonderhoud betreffen, indien hij dit met het oog op de beoordeling van de belangen van de minderjarige noodzakelijk acht, het advies van de raad voor de kinderbescherming inwinnen. Hij kan de raad daartoe in elke stand van de zaak oproepen.
Lid 2
De raad voor de kinderbescherming kan in deze zaken eigener beweging zijn mening schriftelijk aan de rechter kenbaar maken of ter terechtzitting verschijnen, indien de raad dit met het oog op de beoordeling van de belangen van de minderjarige noodzakelijk acht.
Lid 3
De raad voor de kinderbescherming ontvangt daartoe onverwijld een afschrift van het verzoekschrift, en wordt tijdig van het tijdstip van de terechtzitting op de hoogte gesteld.
Lid 4
Indien de zaak evenwel de ondertoezichtstelling van een minderjarige betreft, de toepassing of overeenkomstige toepassing van de artikelen 264 en 265 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek daaronder niet begrepen, dan wel de beëindiging van het ouderlijk gezag of van de voogdij, beslist de rechter niet dan na verhoor of behoorlijke oproeping daartoe van de raad voor de kinderbescherming.
Recente uitspraken
Art. 810 Rv is sinds 2006 in 2265 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof 's-Hertogenbosch, Rb. Zeeland-West-Brabant en Rb. Amsterdam.
- ECLI:NL:HR:2025:1948 — 19-12-2025 Hoge Raad
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Personen- en familierecht. Jeugdrecht. Vragen over plaatsing van kind in pleeggezin als screening van pleeggezin niet of niet met positief resultaat heeft plaatsgevonden of pleegzorgaanbieder plaatsing niet langer verantwoord vindt, en over… - ECLI:NL:HR:2020:961 — 29-05-2020 Hoge Raad
Procesrecht. Familierecht. Ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing. Verzoek om deskundigenonderzoek (art. 810a lid 2 Rv). Kan zodanig verzoek alleen worden gedaan met het oog op contra-expertise tegen onderzoeksrapport Raad voor de Kinderbescherming of gecertificeerde… - ECLI:NL:HR:2018:1976 — 19-10-2018 Hoge Raad
Onrechtmatige overheidsdaad. Jeugdrecht. Heeft de Raad voor de kinderbescherming jegens de moeder onrechtmatig gehandeld door de wijze waarop hij, in het kader van een beslissing over het gezag over het kind, onderzoek heeft gedaan naar het strafrechtelijke verleden van de… - ECLI:NL:HR:2013:BZ3462 — 06-03-2013 Hoge Raad
Klachtprocedure ex art. 13a RO. Kinderrechter geeft op verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming uitleg aan tussenbeschikking waarin de Raad verzocht is een onderzoek in te stellen. Vordering procureur-generaal ex art. 13a RO. Kinderrechter heeft door beantwoording van de… - ECLI:NL:HR:2009:BJ2673 — 02-10-2009 Hoge Raad
Familierecht. Verzoek tot vaststelling omgangsregeling ingesteld door gedetineerde vader. Bevoegdheid van rechter ex art. 810 Rv. ook als de moeder in eerste aanleg niet is verschenen de Raad voor de Kinderbescherming te verzoeken een advies uit te brengen. (81 RO).
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.