Artikel 800 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Lid 1

Tenzij de rechter aanstonds een beschikking geeft waarbij hij zich onbevoegd verklaart of het verzoek toewijst, wordt aan de belanghebbenden, voorzover hun woonplaats bekend is, een afschrift van het verzoekschrift en van de daarbij behorende bescheiden toegezonden en worden de belanghebbenden opgeroepen voor de behandeling. Is de woonplaats niet bekend, dan wordt bij de oproeping het verzoek kort aangeduid.

Lid 2

Voorts kan de rechter bevelen dat degenen wier verklaring in verband met de beoordeling van het verzoek van betekenis kan zijn, worden opgeroepen om ter terechtzitting te verschijnen.

Lid 3

De beschikkingen tot voorlopige ondertoezichtstelling van een minderjarige en tot machtiging van de gecertificeerde instelling, bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet om een minderjarige uit huis te plaatsen, een beschikking met betrekking tot de voorlopige voogdij alsmede een beschikking als bedoeld in artikel 265i, tweede lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek kunnen alleen dan aanstonds worden gegeven, indien de behandeling niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor de minderjarige. Deze beschikkingen verliezen haar kracht na verloop van twee weken, tenzij de belanghebbenden binnen deze termijn in de gelegenheid zijn gesteld hun mening kenbaar te maken.

Wordt genoemd in:

Recente uitspraken

Art. 800 Rv is sinds 2004 in 178 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Zeeland-West-Brabant, Hof Arnhem-Leeuwarden en Hof 's-Hertogenbosch.

  • ECLI:NL:HR:2024:1895 — 20-12-2024 Hoge Raad
    Personen- en familierecht. Jeugdzaak. Wijziging hoofdverblijfplaats kinderen die bij moeder verblijven door voogd. Vervangende toestemming op voet van art. 1:336a lid 2 BW? Is rechtsmiddelenverbod van art. 807 Rv van toepassing? Kan rechter toestemming verlenen op voet van art.…
  • ECLI:NL:HR:2024:1892 — 20-12-2024 Hoge Raad
    Personen- en familierecht. Benoeming van bewindvoerder en mentor. Oproeping van alle kinderen als belanghebbenden. Wettelijke voorkeur voor persoon van bewindvoerder en mentor. Art. 1:435 lid 4 BW en art. 1:452 lid 4 BW.
  • ECLI:NL:HR:2024:1079 — 12-07-2024 Hoge Raad
    Cassatie in het belang der wet. Familieprocesrecht. Art. 798 lid 1 Rv. Is gecertificeerde instelling belanghebbende in zaak op de voet van art. 1:253n BW tot beëindiging van gezamenlijk gezag over onder toezicht gesteld kind?
  • ECLI:NL:HR:2023:1482 — 27-10-2023 Hoge Raad
    Wvggz. Zorgmachtiging. Motivering oordeel dat er aanzienlijk risico voor een ander is op ernstige psychische schade (art. 2:1 lid 6 Wvggz).
  • ECLI:NL:HR:2018:2321 — 14-12-2018 Hoge Raad
    Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Personen- en familierecht. Procesrecht. Ondertoezichtstelling. Schriftelijke aanwijzing gecertificeerde instelling (art. 1:263 BW en art. 1:265f BW) tot beperking contact tussen met gezag belaste ouder en minderjarige. Toepasselijkheid HR 25…

Bekijk alle 178 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.