Artikel 557a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Lid 1

Tenzij zulks onverenigbaar zou zijn met het belang van degene op wiens vordering het bevel wordt gedaan, kan de rechter bepalen dat een vonnis, waarbij aan anderen dan aan gebruikers of gewezen gebruikers krachtens een persoonlijk of zakelijk recht de ontruiming wordt bevolen van een gebouwde onroerende zaak of gedeelte daarvan, binnen een door hem te bepalen termijn niet ten uitvoer kan worden gelegd, onverminderd het recht van de eerstgenoemde op vergoeding van alle geleden of te lijden schade.

Lid 2

Tenzij zulks onverenigbaar zou zijn met het belang van degene op wiens vordering het bevel tot ontruiming wordt gedaan, bepaalt de rechter dat dit bevel niet ten uitvoer kan worden gelegd, totdat hij omtrent het al dan niet bepalen van een termijn als in het vorige lid bedoeld heeft beslist, na terzake inlichtingen te hebben ingewonnen bij burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de onroerende zaak zich bevindt. Hiertoe beveelt hij burgemeester en wethouders binnen een door hem te bepalen termijn hun schriftelijk bericht ter griffie in te leveren of op een door hem te bepalen zitting mondeling verslag te doen of door een door hen aangewezen ambtenaar te laten doen.

Lid 3

Desgevorderd kan de rechter bepalen dat een vonnis, waarbij aan anderen dan aan gebruikers of gewezen gebruikers krachtens een persoonlijk of zakelijk recht de ontruiming wordt bevolen van een gebouwde onroerende zaak of gedeelte daarvan, tot een jaar na de dag waarop het vonnis wordt uitgesproken dan wel bekrachtigd, of, indien de rechter een termijn bepaalt als bedoeld in het eerste lid, tot een jaar na de dag waarop die datum verstrijkt, ten uitvoer kan worden gelegd tegen een ieder die ten tijde van de tenuitvoerlegging zich daar bevindt of daar binnentreedt en telkens wanneer dat zich voordoet.

Recente uitspraken

Art. 557a Rv is sinds 2000 in 183 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Rotterdam, Rb. Midden-Nederland en Rb. Amsterdam.

  • ECLI:NL:HR:2003:AF0141 — 17-01-2003 Hoge Raad
    -
  • ECLI:NL:GHSHE:2024:3741 — 26-11-2024 Hof 's-Hertogenbosch
    Vordering tot ontruiming bedrijfsruimte in kort geding. Moet de gedaagde, die zonder contractuele relatie tot de eigenaren in een bedrijfsruimte verblijft en daarin op grond van een met de hoofdhuurder gesloten overeenkomst een restaurant volgens een franchiseformule…
  • ECLI:NL:GHAMS:2024:2821 — 08-10-2024 Hof Amsterdam
    Huur woonruimte. Huurverhoging in strijd met dwingend recht nietig. Onderverhuur in strijd met overeenkomst. Ontbinding.
  • ECLI:NL:GHSHE:2024:1192 — 09-04-2024 Hof 's-Hertogenbosch
    8 EVRM Ontruiming woning / woonwagen niet evenredig
  • ECLI:NL:GHARL:2022:4667 — 07-06-2022 Hof Arnhem-Leeuwarden
    Kort geding procedure. Twee percelen bij het treinstation zijn in gebruik genomen. De eigenaar van de percelen en de concessiehouder vorderen ontruiming. De ontruiming wordt toegewezen.

Bekijk alle 183 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.