Artikel 816 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Lid 1
Betreft het een verzoek van één der echtgenoten, dan doet de verzoeker binnen veertien dagen na de indiening van het verzoekschrift een afschrift daarvan betekenen aan de andere echtgenoot. Uiterlijk op een in het exploit vermeld tijdstip kan de andere echtgenoot hetzij een verweerschrift indienen, hetzij om uitstel te dier zake verzoeken. Het exploit vermeldt dat een en ander slechts kan geschieden door een advocaat. Het originele exploit moet ter griffie worden ingediend.
Lid 2
Het tijdstip dat ingevolge lid 1 in het exploit moet worden vermeld, wordt bepaald met inachtneming van een termijn van ten minste zes weken, te rekenen vanaf de dag van de betekening. Heeft de andere echtgenoot geen bekende woonplaats in Nederland, dan bedraagt deze termijn ten minste drie maanden.
Lid 3
Indien het bepaalde in lid 1 of lid 2 niet in acht is genomen, of indien het exploit anderszins lijdt aan een gebrek, zijn de artikelen 120 en 121 van overeenkomstige toepassing.
Lid 4
Indien de andere echtgenoot tijdig om uitstel heeft verzocht, alsmede indien een ingediend verweerschrift een zelfstandig verzoek bevat, bepaalt de rechter een termijn waarbinnen de andere echtgenoot respectievelijk de echtgenoot die het oorspronkelijke verzoekschrift heeft ingediend, een verweerschrift kan indienen.
Lid 5
Op eensluidend verzoek van de echtgenoten verlengt de rechter de termijn bedoeld in lid 4, tenzij dit leidt tot onredelijke vertraging van het geding. Hij kan deze termijn ook verlengen op verzoek van een der echtgenoten of ambtshalve.
Recente uitspraken
Art. 816 Rv is sinds 2003 in 26 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Midden-Nederland, Rb. Zeeland-West-Brabant en Hof Arnhem-Leeuwarden.
- ECLI:NL:HR:2022:481 — 01-04-2022 Hoge Raad
Procesrecht. Personen- en familierecht. Niet-tijdige betekening verzoek tot echtscheiding (art. 816 lid 1 Rv). Verzoek niet-ontvankelijk? Overeenkomstige toepassing art. 120-121 Rv. - ECLI:NL:HR:2003:AL8115 — 10-10-2003 Hoge Raad
10 oktober 2003 Eerste Kamer Rek.nr. R02/095HR JMH/AS Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De man], wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand, t e g e n [De vrouw], wonende te [woonplaats], VERWEERSTER in cassatie,… - ECLI:NL:OGHACMB:2024:51 — 15-05-2024 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van A
Sint Maarten. Tussentijds hoger beroep. Echtscheidingsverzoek ontvankelijk ondanks Turkse echtscheidingsuitspraak. Toepasselijkheid criteria Gazprombank-arrest. - ECLI:NL:GHARL:2023:10237 — 30-11-2023 Hof Arnhem-Leeuwarden
Echtscheiding. Rechtsgeldige betekening, artikel 57 Rv. Huurrecht. - ECLI:NL:GHDHA:2023:2201 — 08-11-2023 Hof Den Haag
IPR; art. 19 lid 1 Brussel II-bis (litispendentie); parallelle echtscheidingsprocedures in Nederland en Polen; hoe wordt het tijdstip van aanhangigheid bepaald?
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.