Artikel 411 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Lid 1
De verweerder dient zijn verweerschrift in op een door de Hoge Raad te bepalen datum. Voor de indiening wordt een termijn van vier weken verleend. Indiening geschiedt niet dan nadat de verweerder het verschuldigde griffierecht heeft voldaan. Indien de verweerder het griffierecht niet tijdig heeft voldaan, vervalt zijn recht om verweer in cassatie te voeren of om van zijn zijde in cassatie te komen.
Lid 2
De verweerder brengt alle excepties en zijn verweer ten principale tegelijk naar voren, op straffe van verval van niet aangevoerde excepties en, indien niet ten principale verweer is gevoerd, van het recht om dat alsnog te doen. Alleen de in artikel 128, vierde lid, bedoelde exceptie wordt op straffe van verval afzonderlijk voor alle weren van rechten voorgedragen.
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 411 Rv is sinds 1993 in 12 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad, Hof Den Haag en Rb. Den Haag.
- ECLI:NL:HR:2012:BX9301 — 05-10-2012 Hoge Raad
Cassatie. Beoordeling verstek. Vermelding in cassatiedagvaarding van niet toepasselijke sanctie in geval van niet tijdige betaling griffierecht. Gebrek dat nietigheid oplevert? Art. 407, 411 Rv. - ECLI:NL:HR:2012:BX9298 — 05-10-2012 Hoge Raad
Cassatie. Beoordeling verstek. Vermelding in cassatiedagvaarding van niet toepasselijke sanctie in geval van niet tijdige betaling griffierecht. Gebrek dat nietigheid oplevert? Art. 407, 411 Rv. - ECLI:NL:HR:2011:BQ7056 — 14-10-2011 Hoge Raad
Vervroegde onteigening. Cassatie. Niet-ontvankelijkheid. Cassatieverklaring en dagvaarding niet betekend aan wederpartij binnen in art. 54l lid 1 Ow. bepaalde termijn van twee weken. Griffier behoort in art. 25 lid 1, aanhef en onder a, Kadasterwet bedoelde verklaring… - ECLI:NL:HR:2011:BQ2933 — 29-04-2011 Hoge Raad
Cassatieprocesrecht; art. 407 lid 2. Aangenomen moet worden dat ook niet-inachtneming van het voorschrift dat een cassatiedagvaarding de gevolgen dient te vermelden die de wet verbindt aan niet tijdige betaling van het verschuldigde griffierecht, met nietigheid is bedreigd. - ECLI:NL:HR:2006:AU6932 — 10-03-2006 Hoge Raad
Geschil tussen een verhuurder van een woning en de huurster met haar kleinzoon over medehuur, een ‘duurzame gemeenschappelijke huishouding’ in de zin van art. 7:267 (7A:1623h oud) BW?, factoren die de duurzaamheid bepalen, invloed van leeftijd en gezondheidstoestand van…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.