Artikel 128 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Lid 1

Indien de gedaagde bij gemachtigde of bij advocaat procedeert, deelt hij op de eerste roldatum de naam en het adres van de gemachtigde of de naam en het kantooradres van de advocaat mede.

Lid 2

De gedaagde neemt zijn met redenen omklede conclusie van antwoord op de eerste of op een door de rechter nader te bepalen roldatum, doch niet dan nadat hij het verschuldigde griffierecht heeft voldaan. De rechter houdt de zaak aan zolang de gedaagde het griffierecht niet heeft voldaan en de termijn genoemd in artikel 3, derde lid, van de Wet griffierechten burgerlijke zaken nog loopt.

Lid 3

De gedaagde brengt alle excepties en zijn antwoord ten principale tegelijk naar voren, op straffe van verval van de niet aangevoerde excepties en, indien niet ten principale is geantwoord, van het recht om dat alsnog te doen.

Lid 4

In afwijking van het derde lid kunnen zij die beroep willen doen op de termijn van artikel 104 van Boek 1 of van artikel 185 van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek, hun verweer tot dit beroep beperken.

Lid 5

De conclusie van antwoord vermeldt de bewijsmiddelen waarover gedaagde kan beschikken tot staving van de gronden van zijn verweer, alsmede de getuigen die hij daartoe kan doen horen. Wordt hieraan niet voldaan, dan kan de rechter daaraan de gevolgtrekking verbinden die hij geraden acht.

Lid 6

Indien de verschenen gedaagde het griffierecht niet tijdig heeft voldaan, zijn de artikelen 139 tot en met 142 van toepassing behalve in het geval dat artikel 127a, tweede lid, van toepassing is.

Lid 7

Artikel 127a, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Recente uitspraken

Art. 128 Rv is sinds 2004 in 281 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Rotterdam, Rb. Limburg en Rb. Noord-Holland.

  • ECLI:NL:HR:2026:1198 — 17-07-2026 Hoge Raad
    Collectieve actie. WAMCA. Ontvankelijkheidseisen belangenorganisatie (art. 3:305a lid 1-3 BW). Toetsing ontvankelijkheidseisen in hoger beroep ex tunc of ex nunc? Representativiteitsvereiste. Mocht hof oordeel over vereisten art. 80 AVG in verbinding met art. 82 AVG uitstellen…
  • ECLI:NL:HR:2017:3257 — 22-12-2017 Hoge Raad
    Art. 81 lid 1 RO. Arbeidsrecht. Invloed fiscale nettoregeling Sint Maarten op salaris, moment aanvragen. Inspanningsverplichting werkgever. Grenzen rechtsstrijd, art. 128 Rv-SM, uitleg gedingstukken. Miskennen essentiële stelling, uitleg aanbod tot regeling.
  • ECLI:NL:HR:2014:742 — 28-03-2014 Hoge Raad
    Art. 81 lid 1 RO. Faillissementsrecht. Art. 65 Curaçaosch Faillissementsbesluit 1931. Art. 128 Rv Curaçao. Verzoek crediteur van failliete vennootschap tot verbod om declaratie ten laste van de boedel te betalen. Onbegrijpelijk oordeel rechter-commissaris?
  • ECLI:NL:HR:2010:BM3979 — 09-07-2010 Hoge Raad
    Procesrecht. Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens het ontbreken van belang bij rechtsvordering betreffende een handelsnaam en merk en het terecht opwerpen van een exceptio plurium litis consortium; verweren ten principale; inhoudelijke beoordeling van de rechtsbetrekking…
  • ECLI:NL:OGHACMB:2024:364 — 08-10-2024 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van A
    Curaçao. Geldlening. Toestemming echtgenoot. Waardeloosverklaring van hypothecaire inschrijving.

Bekijk alle 281 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.