Artikel 219a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Lid 1

De rechter houdt de zaak aan zolang degene die vordert zich te mogen voegen of te mogen tussenkomen het griffierecht niet heeft voldaan en de termijn genoemd in artikel 5, tweede lid, van de Wet griffierechten burgerlijke zaken nog loopt.

Lid 2

Heeft degene die de vordering instelt, het griffierecht niet tijdig voldaan, dan verklaart de rechter hem niet ontvankelijk in de vordering. Voordat de rechter hiertoe overgaat, stelt hij degene die de vordering heeft ingesteld in de gelegenheid zich uit te laten over het niet tijdig voldoen van het verschuldigde griffierecht.

Lid 3

Artikel 127a, derde en vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.

Recente uitspraken

Art. 219a Rv is sinds 2021 in 3 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Amsterdam, Rb. Overijssel en Rb. Rotterdam.

  • ECLI:NL:RBAMS:2025:6632 — 26-08-2025 Rb. Amsterdam
    Voegings/tussenkomstincident. Echtgenoot mag zich voegen/tussenkomen.
  • ECLI:NL:RBOVE:2025:3134 — 19-05-2025 Rb. Overijssel
    Oplegging contactverbod. Aan de man wordt een contactverbod opgelegd omtrent de vrouw.
  • ECLI:NL:RBROT:2021:8827 — 08-09-2021 Rb. Rotterdam
    Incident tot voeging van een derde partij. Artikel 217 Rv. Toewijzing.

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.