Artikel 220 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Lid 1
In zaken die reeds eerder bij een andere gewone rechter van gelijke rang aanhangig zijn gemaakt tussen dezelfde partijen over hetzelfde onderwerp, of in geval de zaak verknocht is aan een zaak die reeds bij een andere gewone rechter van gelijke rang aanhangig is, kan de verwijzing naar die andere rechter worden gevorderd. In deze zaken kan de rechter ook ambtshalve naar die andere rechter verwijzen, nadat partijen hierover zijn gehoord. Verwijzing is ook mogelijk indien één der zaken bij de kantonrechter in behandeling is en de andere niet.
Lid 2
Door de eiser kan deze vordering slechts worden ingesteld bij de inleidende dagvaarding of bij incidentele conclusie vóór het antwoord.
Lid 3
Door de gedaagde moet de vordering worden ingesteld bij met redenen omklede conclusie vóór alle weren op de voor het nemen van de conclusie van antwoord bepaalde roldatum.
Lid 4
In het geval van verwijzing naar een andere kamer van hetzelfde gerecht vermeldt de rechter in de beslissing tot verwijzing een nieuwe roldatum alsmede, indien daarin een wijziging optreedt, op welke wijze partijen in het geding moeten verschijnen. Indien tegen de gedaagde verstek is verleend, beveelt de rechter dat de nieuwe roldatum door de eiser bij exploot aan de gedaagde wordt aangezegd onder betekening van de beslissing tot verwijzing. Artikel 221 is bij verwijzing naar een andere kamer van hetzelfde gerecht niet van toepassing.
Lid 5
Indien bij hetzelfde gerecht één der zaken in behandeling is bij de kantonrechter en deze een vordering betreft als bedoeld in artikel 93 onder c of d, kan in de andere zaak verwijzing van die andere zaak naar de kantonrechter worden gevorderd, ook als die zaak reeds eerder aanhangig was.
Lid 6
Artikel 71, vierde lid, eerste zin, is van overeenkomstige toepassing.
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 220 Rv is sinds 2006 in 174 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Rotterdam, Hof 's-Hertogenbosch en Rb. Amsterdam.
- ECLI:NL:RVS:2022:1430 — 18-05-2022 Raad van State
Bij drie afzonderlijke besluiten van 20 augustus 2018 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand vergoedingen voor verleende rechtsbijstand herzien vastgesteld. [appellant] is advocaat en heeft op basis van drie toevoegingen met nummers 4MZ6183, 4MZ6124 en 4MZ6254 aan… - ECLI:NL:GHARL:2026:6103 — 22-09-2026 Hof Arnhem-Leeuwarden
Voeging van zaken die inhoudelijke overeenkosten vertonen. - ECLI:NL:GHAMS:2025:1076 — 22-04-2025 Hof Amsterdam
Arbeidsrecht. Het hof oordeelt dat de arbeidsovereenkomst terecht is ontbonden wegens (ernstig) verwijtbaar handelen van de werknemer. Dit verwijtbaar handelen heeft erin bestaan dat de werknemer zonder deugdelijke grond heeft geweigerd om een door een extern deskundige… - ECLI:NL:GHARL:2025:1759 — 25-03-2025 Hof Arnhem-Leeuwarden
Artikelen 220, 222 en 353 Rv. Vordering tot verwijzing van bij gerechtshof Arnhem-Leeuwarden aanhangige (kort geding)procedure naar gerechtshof Den Haag en voeging met de bij dat hof aanhangige (bodem)procedure. - ECLI:NL:GHAMS:2024:3183 — 19-11-2024 Hof Amsterdam
Vordering van BV uit hoofde van rekening-courant Gelet op feitelijk handelen uitgaan van bestaan van rekening-courantverhouding tussen BV en feitelijk handelende natuurlijke persoon
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.