Artikel 9 Wet griffierechten burgerlijke zaken
Lid 1
Indien een zaak die bij dagvaarding moet worden ingeleid met toepassing van artikel 73 of 220 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wordt verwezen naar een ander gerecht om verder te worden behandeld en beslist, wordt van elke eiser en, voor zover van toepassing, elke verschenen gedaagde opnieuw griffierecht geheven, met dien verstande dat het eerder geheven griffierecht hierop in mindering wordt gebracht.
Lid 2
Indien een zaak waarbij een verzoek wordt ingediend met toepassing van artikel 73 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wordt verwezen naar een ander gerecht om verder te worden behandeld en beslist, wordt van elke verzoeker en elke belanghebbende, voor zover deze een verweerschrift heeft ingediend, opnieuw griffierecht geheven, met dien verstande dat het eerder geheven griffierecht hierop in mindering wordt gebracht.
Lid 3
De eiser en de bij de eerste rechter verschenen gedaagde zijn het ingevolge het eerste lid te heffen griffierecht verschuldigd vanaf de dag waarop de zaak ter rolle dient bij de rechter naar wie de zaak is verwezen en zorgen dat het griffierecht binnen vier weken nadien is bijgeschreven op de rekening van het gerecht waar de zaak dient dan wel ter griffie is gestort.
Lid 4
De verzoeker en de belanghebbende zijn het ingevolge het tweede lid te heffen griffierecht verschuldigd vanaf de beschikking tot verwijzing en zorgen dat het griffierecht binnen vier weken nadien is bijgeschreven op de rekening van het gerecht waar de zaak dient dan wel ter griffie is gestort.
Lid 5
Indien een zaak, met toepassing van artikel 73 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wordt verwezen naar een lagere rechter bij een ander gerecht om verder te worden behandeld en beslist, wordt het griffierecht verminderd voor zover uit de tabel die als bijlage bij deze wet is gevoegd, volgt dat een lager bedrag aan griffierecht dient te worden geheven, en wordt het te veel betaalde griffierecht door de griffier teruggestort.
Dit artikel verwijst naar:
Recente uitspraken
Art. 9 Wgbz is sinds 2017 in 5 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Amsterdam, Hof Arnhem-Leeuwarden en Rb. Den Haag.
- ECLI:NL:GHAMS:2021:2947 — 14-09-2021 Hof Amsterdam
Verzoek tot erkenning en tenuitvoerlegging van Amerikaanse alimentatiebeschikking. Toepasselijkheid Haags Alimentatieverdrag en Overeenkomst van Washington. Ontvankelijkheid van het hoger beroep. Onbevoegdheid van het hof. Terugverwijzing naar rechtbank. - ECLI:NL:GHAMS:2020:3073 — 10-11-2020 Hof Amsterdam
OK; enquête; Ondernemingskamer verklaart zich onbevoegd - ECLI:NL:GHARL:2017:5193 — 20-06-2017 Hof Arnhem-Leeuwarden
Vernietiging van arbitraal vonnis. Bevoegdheid hof/rechtbank. Verwijzing. Reservering beslissing over proceskosten. - ECLI:NL:RBOBR:2025:2302 — 14-04-2025 Rb. Oost-Brabant
Verzet WGBZ; niet-ontvankelijk i.v.m. niet binnen verzettermijn ingediend; tevens niet toewijsbaar omdat geen sprake is van gelijkluidende verzoeken bij eenzelfde rechtbank. - ECLI:NL:RBDHA:2017:6745 — 28-06-2017 Rb. Den Haag
Rechtbank onbevoegd, verwijzing naar gerechtshof, artikel 1064a Rv
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.