Artikel 19a Wet griffierechten burgerlijke zaken
Lid 1
Voor de indiening van verzoeken als bedoeld in de artikelen 42a, 371, eerste lid, 376, eerste lid, 377, derde lid, 378, eerste lid, 379, eerste lid, en 383, eerste, zevende, en achtste lid, van de Faillissementswet wordt van de verzoeker het griffierecht geheven bij de rechtbank voor andere zaken dan kantonzaken met betrekking tot een vordering van onbepaalde waarde op basis van de tabel die als bijlage bij deze wet is gevoegd.
Lid 2
Artikel 11, eerste lid, is van toepassing.
Lid 3
Bij de toepassing van het eerste en het tweede lid geldt, dat als het verzoek wordt gedaan door een herstructureringsdeskundige, het griffierecht wordt geheven van de schuldenaar.
Dit artikel verwijst naar:
Recente uitspraken
Art. 19a Wgbz is sinds 2021 in 4 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Midden-Nederland, Rb. Den Haag en Rb. Noord-Holland.
- ECLI:NL:RBDHA:2022:14725 — 03-11-2022 Rb. Den Haag
verzet tegen in rekening gebrachte griffierechten in WHOA-traject. - ECLI:NL:RBMNE:2022:1936 — 11-05-2022 Rb. Midden-Nederland
WHOA griffierecht. Verzet niet-ontvankelijk omdat te laat verzet is ingesteld. Ten overvloede motiveert de rechtbank dat het verzet alsnog geen kans van slagen had. - ECLI:NL:RBMNE:2022:2139 — 10-05-2022 Rb. Midden-Nederland
WHOA griffierecht. Verzet ongegrond. - ECLI:NL:RBNHO:2021:3085 — 15-04-2021 Rb. Noord-Holland
Heffing griffierecht mbt verzoek tot afwijzing homologatie akkoord (WHOA). Verzet ex artikel 29 Wgbz.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.