Artikel 276 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Lid 1
Oproepingen vermelden de plaats, de dag en het uur van de terechtzitting. Zij worden zo spoedig mogelijk en ten minste een week vóór die dag verzonden, tenzij de rechter anders bepaalt.
Lid 2
De oproeping bevat tevens de mededeling of voor de indiening van een verweerschrift griffierecht zal worden geheven en dat indien de verweerder het verschuldigde griffierecht niet tijdig heeft voldaan de rechter het ingediende verweerschrift niet bij zijn beslissing op het verzoek betrekt, binnen welke termijn dit griffierecht betaald dient te worden, alsmede een verwijzing naar een vindplaats van de meest recente bijlage behorende bij de Wet griffierechten burgerlijke zaken waarin de hoogte van de griffierechten staan vermeld. Hierbij wordt vermeld dat van een persoon die onvermogend is, een bij of krachtens de wet vastgesteld griffierecht voor onvermogenden wordt geheven, indien hij op het tijdstip waarop het griffierecht wordt geheven heeft overgelegd:
een afschrift van het besluit tot toevoeging, bedoeld in artikel 29 van de Wet op de rechtsbijstand, of indien dit niet mogelijk is ten gevolge van omstandigheden die redelijkerwijs niet aan hem zijn toe te rekenen, een afschrift van de aanvraag als bedoeld in artikel 24, tweede lid, van de Wet op de Rechtsbijstand, dan wel
een verklaring van het bestuur van de raad voor rechtsbijstand als bedoeld in artikel 7, derde lid, onderdeel e, van de Wet op de rechtsbijstand waaruit blijkt dat zijn inkomen niet meer bedraagt dan de inkomens, bedoeld in de algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 35, tweede lid, van die wet.
Lid 3
Indien het een zaak betreft waarbij meerdere belanghebbenden zijn betrokken, bevat de oproeping tevens de mededeling dat van belanghebbenden die bij dezelfde advocaat verschijnen en gelijkluidende verweerschriften indienen, op basis van artikel 15 van de Wet griffierechten burgerlijke zaken slechts eenmaal een gezamenlijk griffierecht wordt geheven.
Recente uitspraken
Art. 276 Rv is sinds 2006 in 7 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Amsterdam, Hof Arnhem en Hof 's-Gravenhage.
- ECLI:NL:GHAMS:2025:2337 — 09-09-2025 Hof Amsterdam
De Stichting Linh Son Tempel is een religieuze organisatie die zich richt op de Vietnamese boeddhistische geloofsgemeenschap in Nederland. Vanaf de oprichting heeft A als voorzitter van het stichtingsbestuur gefungeerd en B als penningmeester, totdat deze laatste bij… - ECLI:NL:GHAMS:2024:1598 — 11-06-2024 Hof Amsterdam
ondertoezichtstelling. Bekrachtiging bestreden beschikking. artikel 1:255 lid 1 BW - ECLI:NL:GHARN:2009:BI3324 — 14-04-2009 Hof Arnhem
Echtscheidingsverzoek van een vrouw die verblijfsvergunning asiel heeft in Nederland, niet weet waar de man woont of verblijft en geen afschrift van de huwelijksakte kan produceren, art 272 Rv en 815 lid 2 RV. - ECLI:NL:GHSGR:2006:AV2662 — 22-02-2006 Hof 's-Gravenhage
Kort geding - in hoger beroep - aanhangig in Frankrijk over verblijfplaats kind hangende echtscheidingsprocedure; Artikel 15 lid 2 sub c Brussel II bis. Redelijke termijn voor verweer. Verzoek verwijzing afgewezen. Kostenveroordeling. - ECLI:NL:RBROT:2025:11157 — 18-08-2025 Rb. Rotterdam
art. 6:1 Wvggz. Betrokkene woont op straat. Ondanks meerdere pogingen niet beoordeeld door psychiater en niet verschenen tijdens eerste mondelinge behandeling. Rechtbank oordeelt dat voldoende onderzoek is gedaan en dat uit niet verschijnen afgeleid kan worden dat betrokkene…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.