Artikel 1019j Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Door de pachtkamer van de rechtbank bedoeld in artikel 48 van de Wet op de rechterlijke organisatie, worden behandeld en beslist alle zaken betreffende
een pachtovereenkomst als bedoeld in de vijfde titel van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;
een overeenkomst tot wijziging of beëindiging van een pachtovereenkomst;
een overeenkomst tot het aangaan van een pachtovereenkomst;
een overeenkomst waarbij persoonlijke zekerheid wordt gesteld voor de nakoming van een pachtovereenkomst;
een overeenkomst als bedoeld in de artikelen 399c of 399e van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;
een overeenkomst tussen de afgaande en opkomende pachter, verband houdende met de overgang van het bedrijf;
vorderingen tot ontruiming van het gepachte door de pachter of de gewezen pachter en tot opeising van het verpachte van de pachter of gewezen pachter;
vorderingen tot schadevergoeding of betaling van het bedrag, bedoeld in de artikelen 373, eerste en derde lid, en 377, derde en vierde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;
vorderingen tot terugbetaling van te veel betaalde pacht;
vorderingen tot vergoeding van schade wegens onrechtmatig gebruik van het gepachte, nadat de pachtovereenkomst is geëindigd.
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 1019j Rv is sinds 2008 in 28 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Oost-Brabant, Rb. Rotterdam en Hof Arnhem-Leeuwarden.
- ECLI:NL:GHARL:2026:5940 — 15-09-2026 Hof Arnhem-Leeuwarden
Het hof wijst de incidentele vordering (artikel 194 en 195 Rv en 3:15j BW) tot afgifte van facturen, administratie, overzichten, laboratoriumuitslagen van grondmonsters en gecombineerde opgaven gedeeltelijk toe. - ECLI:NL:GHARL:2021:9823 — 19-10-2021 Hof Arnhem-Leeuwarden
Erfrecht. Verdeling nalatenschap. Opzegging van pachtovereenkomst aan mede erfgenaam/pachter door een aantal van de andere erfgenamen/verpachters, Gedaan onder de werking van de Pachtwet (oud). Opzegging door alle erfgenamen/verpachters in dit geval niet vereist. Niet onder de… - ECLI:NL:GHARL:2016:5621 — 28-06-2016 Hof Arnhem-Leeuwarden
Pachtovereenkomst. Negatieve verklaring voor recht. Bedrijfsmatige exploitatie. 7:311 jo. 312 BW. Een negatieve verklaring voor recht in de zin dat er geen pachtovereenkomst bestaat, is een vordering is ‘betreffende een pachtovereenkomst als bedoeld in de vijfde titel van Boek 7… - ECLI:NL:GHARN:2012:BW4898 — 27-03-2012 Hof Arnhem
1019j Rv; 7:380 BW Bevoegdheid van de pachtrechter. Gebondenheid van de pachtrechter aan verwijzing door de sector civiel. Bevoegdheid van pachtrechter ingeval het onderwerp van geschil deels een pachtovereenkomst is. Geen schending van voorkeursrecht. Geen onrechtmatige daad.… - ECLI:NL:GHARN:2011:BQ1789 — 29-03-2011 Hof Arnhem
7:365, 7:366, 7:376 en 7:377 BW; 130 en 150 Rv Pluraliteit en processuele ondeelbaarheid. Pacht en bedrijfsmatig gebruik. Bewijslast. Medewerking verpachter aan verdeling. Acht medepachters, waarvan er vier niet in hoger beroep zijn verschenen. De verpachtster kan in haar…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.