Artikel 116 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Lid 1

Indien in rechte worden opgeroepen houders van aandelen of andere effecten welke niet op naam staan of waarvan de houders niet bij name bekend zijn, is de termijn van dagvaarding ten minste vier weken.

Lid 2

Deze termijn geldt eveneens indien in rechte worden opgeroepen zij die algemene voorwaarden gebruiken waarin bedingen voorkomen waarvan gesteld wordt dat zij onredelijk bezwarend zijn, in het geval dat ingevolge artikel 1003, onder 1°, hun naam en woonplaats niet afzonderlijk in het exploot worden vermeld.

Recente uitspraken

Art. 116 Rv is sinds 2000 in 9 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Amsterdam, Hoge Raad en Hof 's-Hertogenbosch.

  • ECLI:NL:HR:2018:1673 — 14-09-2018 Hoge Raad
    Arbeidsrecht. Vordering in kort geding tot doorbetaling loon tijdens arbeidsongeschiktheid (art. 7:629 BW). Geldt eis dat verklaring UWV-deskundige wordt overgelegd (art. 7:629a BW) ook in kort geding?
  • ECLI:NL:HR:2005:AU3718 — 11-11-2005 Hoge Raad
    Huurgeschil over de rechtmatigheid van de ontruiming door de verhuurder van een bedrijfsruimte na de ontbinding van de huurovereenkomst door de kantonrechter, gezag van gewijsde, gesloten stelsel van rechtsmiddelen; 81 RO.
  • ECLI:NL:GHAMS:2020:300 — 14-01-2020 Hof Amsterdam
    OK; uitkoop; verzet; onder aanhouding van iedere verdere beslissing, wordt bepaald dat de uitkoper de gezamenlijke andere aandeelhouders, buiten opposanten, als partijen in het geding zal oproepen
  • ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ4324 — 09-06-2009 Hof Amsterdam
    - arbeidsrecht - kennelijk onredelijk ontslag; reintegratie
  • ECLI:NL:GHSHE:2009:BI7744 — 12-05-2009 Hof 's-Hertogenbosch
    Nà afwikkeling van faillissement werkgever aanhangig gemaakt. Deels verjaard

Bekijk alle 9 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.