Artikel 123 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Lid 1
Indien echter de eiser ten onrechte geen advocaat heeft gesteld, biedt de rechter hem en, indien in dit geval de gedaagde wel in het geding was verschenen maar eveneens ten onrechte geen advocaat had gesteld, ook deze, de gelegenheid binnen een door hem te bepalen termijn alsnog advocaat te stellen.
Lid 2
Indien de eiser van de hem ingevolge het eerste lid geboden gelegenheid geen gebruik maakt, wordt de gedaagde van de instantie ontslagen, met veroordeling van de eiser in de kosten.
Lid 3
Indien alleen de gedaagde van de aan partijen ingevolge het eerste lid geboden gelegenheid om alsnog advocaat te stellen, geen gebruik maakt, zijn de artikelen 139 tot en met 142 van toepassing.
Lid 4
Indien de eiser en de gedaagde alsnog advocaat hebben gesteld, wordt het geding in de stand waarin het zich bevindt, voortgezet, met dien verstande dat de rechter, indien hij reeds de dag heeft bepaald waarop hij uitspraak zal doen, partijen alsnog de gelegenheid biedt zich binnen een door hem te bepalen termijn over de zaak uit te laten.
Lid 5
Tegen een beslissing ingevolge het eerste, tweede of vierde lid staat geen hogere voorziening open.
Recente uitspraken
Art. 123 Rv is sinds 2002 in 28 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Arnhem-Leeuwarden, Rb. Rotterdam en Hoge Raad.
- ECLI:NL:HR:2022:1387 — 07-10-2022 Hoge Raad
Procesrecht. Anticipatie. Ontslag van instantie. Doorbrekingsgrond. Art. 123 Rv. Art. 126 Rv. Art. 127 lid 2 Rv. Gelegenheid bieden tot herstel verzuim van appellant om advocaat te stellen. Aantekening op de rol voldoende? - ECLI:NL:HR:2012:BU5630 — 29-06-2012 Hoge Raad
Ontvankelijkheid in cassatie, hoedanigheid procespartij. Tussenarrest, art. 401a Rv. Belang bij vordering en verweer, art. 3:302 en 303 BW. Ontvankelijkheid in hoger beroep, verlies van hoedanigheid tijdens instantie. - ECLI:NL:HR:2009:BI0773 — 10-07-2009 Hoge Raad
Procesrecht. Cassatie, ontvankelijkheid, relatieve nietigheid, herstel van verzuim in beroepschrift om een cassatieadvocaat te stellen (art. 426a Rv.) door binnen twee weken alsnog een door een cassatieadvocaat ondertekend exemplaar in te dienen. - ECLI:NL:GHDHA:2026:199 — 24-02-2026 Hof Den Haag
De zaak gaat over een conflict tussen de vermogende Moeder en haar Zoon. Het hof oordeelt dat de Zoon leningen moet terugbetalen. Ook moet de Zoon een deel van betalingen vanaf rekeningen van de Moeder, waartoe hij gemachtigd was, terugbetalen. - ECLI:NL:GHARL:2023:10370 — 05-12-2023 Hof Arnhem-Leeuwarden
127 lid 2 Rv. Geen procesvertegenwoordiging gesteld. Ontslag van instantie.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.