Artikel 477 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Lid 1
De derde-beslagene die overeenkomstig het vorige artikel verklaring heeft gedaan, is verplicht de volgens deze verklaring verschuldigde geldsommen aan de deurwaarder te voldoen en de verschuldigde goederen of af te geven zaken te zijner beschikking te stellen.
Lid 2
Verschuldigde geldsommen worden uitbetaald tot het bedrag waarvoor het beslag is gelegd, verminderd met de kosten van de in artikel 476b, tweede lid, bedoelde afschriften en vermeerderd met de door de deurwaarder aan de derde-beslagene op te geven kosten van executie, die door de deurwaarder uit het betaalde worden voldaan. Verschuldigde goederen of af te geven zaken mogen onder de derde worden gelaten, totdat zij voor de verdere afwikkeling van de executie nodig blijken.
Lid 3
Is een door het beslag getroffen vordering of een verplichting tot afgifte van een door het beslag getroffen zaak er een onder tijdsbepaling of voorwaarde, dan kan slechts betaling of afgifte na het verschijnen van het aangewezen tijdstip of de vervulling van de voorwaarde worden gevorderd.
Lid 4
De beslaglegger is bevoegd tot opzegging, wanneer de vordering niet opeisbaar is, maar door opzegging opeisbaar gemaakt kan worden. Hij is jegens de geëxecuteerde gehouden niet onnodig van deze bevoegdheid gebruik te maken.
Lid 5
Hetgeen in handen van de deurwaarder is gesteld, wordt verder geëxecuteerd overeenkomstig de gewone regels, die voor de executie daarvan gelden.
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 477 Rv is sinds 2000 in 89 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Amsterdam, Hof 's-Hertogenbosch en Rb. Rotterdam.
- ECLI:NL:HR:2023:918 — 16-06-2023 Hoge Raad
Procesrecht. Beslag- en executierecht. Art. 3:277 lid 1 BW. Art. 480 e.v. Rv. Afzien door schuldeiser van meedelen in executie-opbrengst. Volgt uit art. 480 e.v. Rv dat schuldeiser daarvoor instemming van schuldenaar behoeft? Proceskostenveroordeling indien vernietiging van in… - ECLI:NL:HR:2006:AY7922 — 24-11-2006 Hoge Raad
Procesrecht, derdenbeslag. Geschil tussen notaris en beslaglegger over de terugvordering door de notaris wegens onverschuldigde betaling van geldsom die hij in verband met een geschil tussen anderen op zijn derdenrekening in depot had gehouden en als derde-beslagene… - ECLI:NL:HR:2005:AS2619 — 11-03-2005 Hoge Raad
11 maart 2005 Eerste Kamer Nr. C03/313HR RM/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: COÖPERATIEVE CENTRALE RAIFFEISEN BOERENLEENBANK B.A., gevestigd te Amsterdam, EISERES tot cassatie, advocaat: mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk, t e g e n 1. STORMPOLDER VASTGOED B.V.,… - ECLI:NL:HR:2005:AR2776 — 21-01-2005 Hoge Raad
21 januari 2005 Eerste Kamer Nr. C03/265HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: DE ONTVANGER VAN DE BELASTINGDIENST/ZUIDWEST, voorheen de Ontvanger van de Belastingdienst/Ondernemingen Goes, kantoorhoudende te Goes, EISER tot cassatie, advocaat: mr. M.J. Schenck,… - ECLI:NL:HR:2003:AF3104 — 15-04-2003 Hoge Raad
-
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.