Artikel 143 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Lid 1

De gedaagde die bij verstek is veroordeeld, kan daartegen verzet doen.

Lid 2

Het verzet moet worden gedaan bij exploot van dagvaarding binnen vier weken na de betekening van het vonnis of van enige uit kracht daarvan opgemaakte of ter uitvoering daarvan strekkende akte aan de veroordeelde in persoon, of na het plegen door deze van enige daad waaruit noodzakelijk voortvloeit dat het vonnis of de aangevangen tenuitvoerlegging aan hem bekend is. De in de eerste volzin bedoelde termijn is acht weken indien de gedaagde ten tijde van de in de eerste volzin bedoelde betekening of daad geen bekende woonplaats of bekend werkelijk verblijf in Nederland heeft, maar zijn woonplaats of werkelijk verblijf buiten Nederland bekend is.

Lid 3

Buiten de gevallen bedoeld in het tweede lid vangt de termijn waarbinnen het verzet moet worden gedaan, aan op de dag waarop het vonnis ten uitvoer is gelegd.

Lid 4

De veroordeelde die in het vonnis heeft berust, kan daartegen niet meer in verzet komen.

Recente uitspraken

Art. 143 Rv is sinds 2003 in 446 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Rotterdam, Hof 's-Hertogenbosch en Rb. Limburg.

  • ECLI:NL:HR:2024:1103 — 30-08-2024 Hoge Raad
    Procesrecht. Verzettermijn van art. 143 lid 3 Rv in verbinding met art. 144 onder b Rv. HR 5 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2629. Toepassing verzettermijn en art. 6 EVRM; (lengte van) nadere termijn.
  • ECLI:NL:HR:2023:1627 — 24-11-2023 Hoge Raad
    Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Art. 143 Rv. Richtlijn 93/13/EEG. Moet wettelijke termijn voor verzet buiten toepassing blijven als uit bestreden verstekvonnis niet blijkt of rechter heeft onderzocht of toegewezen vordering is gebaseerd op overeenkomst waarin een of meer…
  • ECLI:NL:HR:2021:1407 — 01-10-2021 Hoge Raad
    Ondernemingsrecht, procesrecht. Uitkoopprocedure (art. 2:92a BW). Verstekarrest tegen de gezamenlijke andere aandeelhouders; verzettermijn voor in het buitenland wonende aandeelhouders. Processueel ondeelbare rechtsverhouding. Welke partij dient op te roepen?
  • ECLI:NL:HR:2021:529 — 09-04-2021 Hoge Raad
    Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Tijdigheid van verzet tegen verstekvonnis. Vermoeden van daad van bekendheid van veroordeelde door handelwijze van diens advocaat buiten rechte (art. 143 lid 2 Rv)?
  • ECLI:NL:HR:2019:1580 — 11-10-2019 Hoge Raad
    Procesrecht. Incident tot zekerheidstelling proceskosten in art. 69 Fw-procedure in cassatie. Analoge toepassing van art. 289 Rv (HR 15 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3143) en van art. 224 Rv. Uitzondering van art. 224 lid 2 Rv van toepassing?

Bekijk alle 446 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.