Artikel 254 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Lid 1
In alle spoedeisende zaken waarin, gelet op de belangen van partijen, een onmiddellijke voorziening bij voorraad wordt vereist, is de voorzieningenrechter bevoegd deze te geven.
Lid 2
Op aanvraag van de belanghebbende partij kan de voorzieningenrechter de dagvaarding bevelen tegen de dag en het uur, de zondag daarbij inbegrepen, voor elk geval te bepalen. Hij kan daarbij tevens bevelen dat de terechtzitting op een andere plaats dan in het gerechtsgebouw wordt gehouden. De voorzieningenrechter kan aan de dagbepaling voorwaarden verbinden, die door de eiser in acht moeten worden genomen. Deze voorwaarden moeten uit de dagvaarding blijken.
Lid 3
De zaak kan ook worden aangebracht op een terechtzitting, door de voorzieningenrechter te houden op de daartoe door hem te bepalen werkdagen.
Lid 4
De artikelen 127a en 128, tweede lid en zesde lid, zijn niet van toepassing.
Lid 5
In zaken die ten gronde door de kantonrechter worden behandeld en beslist is ook de kantonrechter bevoegd tot het geven van een voorziening als in deze afdeling bedoeld. Daarbij is op de kantonrechter van toepassing hetgeen omtrent de voorzieningenrechter is bepaald.
Lid 6
Indien de gevorderde voorziening betrekking heeft op een zaak betreffende het personen- en familierecht als bedoeld in de zesde titel van het derde boek is artikel 803 van overeenkomstige toepassing.
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 254 Rv is sinds 2001 in 1342 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Rotterdam, Rb. Noord-Nederland en Rb. Limburg.
- ECLI:NL:HR:2026:1240 — 10-07-2026 Hoge Raad
Huurrecht woonruimte. Art. 7:268 lid 2 BW. Voortzetting van huurovereenkomst door achterblijvende samenwoner na overlijden van huurder. Kan ontruimingsvordering in kort geding worden toegewezen als nog niet onherroepelijk is beslist op vordering van achterblijvende samenwoner… - ECLI:NL:HR:2023:503 — 31-03-2023 Hoge Raad
Personen- en familierecht. Procesrecht. Kort geding over afwikkeling verdeling. Kan in kort geding verklaring voor recht worden gegeven? Ambtshalve taak rechter in hoger beroep? - ECLI:NL:HR:2023:499 — 31-03-2023 Hoge Raad
Cassatie in het belang der wet. Procesrecht. Kan rechter in kort geding een veroordeling uitspreken tot verkoop en levering van gemeenschapsgoed met oog op verdeling van gemeenschap? - ECLI:NL:HR:2016:1087 — 03-06-2016 Hoge Raad
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv); vragen behandeld ondanks schikking (art. 393 lid 9 Rv). Proceskostenveroordeling mogelijk na intrekking kort geding in eerste aanleg? Art. 125-127 resp. 249-250 Rv van (overeenkomstige) toepassing? Eigen regels, geënt op wettelijke regeling van… - ECLI:NL:HR:2014:1352 — 06-06-2014 Hoge Raad
Art. 80a RO. Kort geding tussen ziekenhuis en specialist. Onmiddellijke voorziening bij voorraad. Motiveringsplicht. Art. 254 Rv.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.