Artikel 1028 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Lid 1
Indien bij overeenkomst of anderszins aan een der partijen een bevoorrechte positie bij de benoeming van de arbiter of arbiters is toegekend, kan ieder der partijen, in afwijking van de overeengekomen benoemingsregeling, de voorzieningenrechter van de rechtbank verzoeken de arbiter of arbiters te benoemen.
Lid 2
Een partij zal het verzoek als bedoeld in het eerste lid moeten indienen binnen drie maanden nadat de zaak aanhangig is, op straffe van verval van recht om zich later te beroepen op de bevoorrechte positie bij de benoeming van de arbiter of arbiters in het arbitraal geding of bij de gewone rechter. De partijen kunnen de termijn bij overeenkomst verlengen.
Lid 3
De wederpartij van de verzoeker wordt in de gelegenheid gesteld, te worden gehoord. Artikel 1027, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Recente uitspraken
Art. 1028 Rv is sinds 2011 in 2 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Den Haag en Rb. 's-Hertogenbosch.
- ECLI:NL:GHDHA:2018:2882 — 06-11-2018 Hof Den Haag
Verzekeringsovereenkomst. Arbitrage overeengekomen? Hof weigert benoeming van arbiters. - ECLI:NL:RBSHE:2011:BQ1617 — 08-04-2011 Rb. 's-Hertogenbosch
verzoek tot benoemen van arbiters door de voorzieningenrechter op grond van artikel 1028 Rv.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.